„Veilige kerk begint met het besef dat in elke gemeente seksueel misbruik speelt"

donderdag, 26 februari 2026 (12:07) - Reformatorisch Dagblad

In dit artikel:

In het Dienstencentrum van de Protestantse Kerk in Nederland in Utrecht kwamen coördinatoren van twee meldpunten voor seksueel misbruik bijeen: Bronsveld (Meldpunt Misbruik) en Vermeulen (Stichting Meldpunt Reformatorische Kerken, SMRK). Zij vertegenwoordigen meldpunten die werken voor uiteenlopende reformatorische gemeenten en delen inzichten uit hun contacten met slachtoffers, vertrouwenspersonen en kerkenraden. Aanleiding is onder meer een onderzoek van het Reformatorisch Dagblad onder kerkenraden; dat geeft een beeld van wat al bereikt is, maar toont ook grote tekortkomingen.

Centrale boodschap: misbruik komt ook binnen kerkelijke gemeentes voor — niet alleen bij kinderen maar geregeld ook bij volwassenen en ouderen — en wordt vaak onderschat of verzwegen. Beide coördinatoren zien duidelijk meer aandacht dan vijf jaar geleden: er zijn meer vertrouwenspersonen en er wordt vaker beleid gemaakt. Dat betekent nog niet dat gemeenten daadwerkelijk veiliger zijn; het verschil tussen het formeel hebben van een vertrouwenspersoon en het actief werken aan preventie is groot.

Een terugkerend thema is macht en afhankelijkheid. Predikanten, kosters en anderen met een dienstbare rol hebben vaak wél aanzienlijke machtsposities tegenover bijvoorbeeld ouderen of jongeren, iets wat binnen kerken soms ontkend wordt. Die machtsrelaties vergroten het risico op misbruik en maken het melden voor slachtoffers lastig. Bronsveld en Vermeulen wijzen erop dat ook ouderen kwetsbaar zijn: velen hebben trauma’s uit het verleden die ze nu alsnog willen delen.

Praktische maatregelen en dilemma’s:
- VOG (Verklaring Omtrent het Gedrag): beide coördinatoren adviseren om een VOG verplicht te stellen voor mensen met pastorale taken of wie met jongeren en kwetsbare ouderen werkt. Ze erkennen dat een VOG geen waterdichte garantie is, maar zien het als een duidelijk signaal dat veiligheid serieus wordt genomen.
- Kosters: vaak wordt voor deze rol geen VOG gevraagd, terwijl kusters door hun positie makkelijk toegang en macht hebben in het gebouw en bij mensen.
- Kleine gemeenten: worstelen het meest met uitvoering van regels. Een cultuur van “ons kent ons”, kleine kerkenraden en beperkte personele capaciteit maken het lastiger beleid te formaliseren. Daarom raden de meldpunten aan om, waar nodig, externe vertrouwenspersonen in te schakelen of hulp van meldpunten te vragen.
- Melden blijft moeilijk: seksueel misbruik bij kinderen blijft gemiddeld lange tijd geheim — genoemd werd rond 13 jaar — en slachtoffers melden vaak pas via hulpverleners.

Ook aandacht voor de rol van media en publicaties: boeken als Het hele dorp wist het en documentaires hebben het taboe doorbroken en geleid tot meer meldingen en meer bereidheid van kerkleiders om advies te zoeken.

Ethiek en pastoraliteit: vergeving is belangrijk maar mag niet automatisch gevolgen opheffen. Bronsveld en Vermeulen benadrukken dat berouw en vergeving niet hetzelfde zijn als het wegnemen van risico’s voor herhaling of het opheffen van verantwoordelijkheid. Het belang van slachtoffers en hun veiligheid moet leidend zijn bij besluiten over herstel en verantwoordelijkheden.

Prioriteit voor de toekomst: naast regels en instrumenten (VOG, gedragscodes, vertrouwenspersonen) is het voeren van het gesprek over seksualiteit, grenzen en veiligheid het meest cruciaal. Door openheid en structureel gesprek kan een cultuur ontstaan waarin misbruik sneller wordt herkend en gemeld. De meldpunten bieden gemeenten ondersteuning en benadrukken dat erkennen dat misbruik ook in eigen kring kan voorkomen de eerste noodzakelijke stap is.