Vegetariërs lopen minder risico op vijf soorten kanker, al is er ook één variant waar ze veel vatbaarder voor zijn dan vleeseters
In dit artikel:
Uit een recente, grootschalige studie blijkt dat mensen die vegetarisch eten een lagere kans hebben op vijf verschillende vormen van kanker dan niet-vegetariërs. De resultaten wijzen erop dat een plantaardig voedingspatroon beschermende effecten kan hebben, vermoedelijk doordat vegetariërs doorgaans meer vezels, groenten en fruit eten en minder of geen rood en bewerkt vlees gebruiken — factoren die eerder zijn gekoppeld aan een hoger kankerrisico.
Tegelijk waarschuwt het onderzoek dat een plantaardige levensstijl ook gezondheidsrisico’s met zich kan meebrengen als voeding niet goed wordt gepland. Belangrijke tekorten die bij vegetariërs kunnen voorkomen zijn onder meer vitamine B12, ijzer, vitamine D, calcium en bepaalde omega-3-vetzuren. Die tekorten kunnen leiden tot bloedarmoede, botproblemen en andere gezondheidsklachten als ze niet worden aangepakt.
Praktische aanbevelingen die voortvloeien uit de bevindingen:
- Een vegetarisch dieet kan bijdragen aan een lager kankerrisico, maar het moet goed samengesteld zijn om tekorten te voorkomen.
- Let op bronnen van eiwit (peulvruchten, noten, zaden, zuivel of plantaardige vervangers), ijzer en calcium; combineer plantaardige ijzerbronnen met vitamine C voor betere opname.
- Overweeg verrijkte producten of supplementen voor vitamine B12 en eventueel vitamine D, zeker bij weinig zonlicht of beperkte zuivelconsumptie.
- Regelmatige medische controle (bloedonderzoek) en advies van een diëtist kunnen helpen om tekorten vroegtijdig te signaleren en te corrigeren.
- Houd ook andere levensstijlfactoren in de gaten — lichaamsgewicht, roken en alcoholgebruik — die het kankerrisico beïnvloeden.
Kortom: een goed samengesteld vegetarisch dieet lijkt kankerrisico’s te verlagen, maar vraagt aandacht voor voedingsstoffen die minder vanzelfsprekend zijn in plantaardige voeding.