Veertigste verjaardag van .nl: 'Het is een beetje uit de hand gelopen'
In dit artikel:
Op 25 april 1986 werd de aanvraag voor het .nl-domein goedgekeurd; daarmee bestaat het Nederlandse landendomein vandaag veertig jaar. Initiatiefnemer was Piet Beertema, destijds systeembeheerder bij het Centrum Wiskunde & Informatica (CWI). Hij registreerde als eerste cwi.nl voor zijn werkgever en verzorgde aanvankelijk zelf het beheer en de toekenning van domeinnamen.
In de vroege jaren tachtig bestond het web vooral uit Amerikaanse top-leveldomeinen zoals .edu, .gov en .com. Beertema, zijn leidinggevende Teus Hagen en collega’s vonden dat Europa eigen adressen moest krijgen. Op een bierviltje noteerden ze .nl en .be, geïnspireerd door landcodes op kentekenplaten; voor domeinen maakten ze er twee letters van. Beertema maakte vervolgens een "doe-het-zelf"-pakket waarmee andere landen relatief snel hun eigen ccTLD konden opzetten.
Het systeem sloeg aan door zijn eenvoud en gedeelde verantwoordelijkheid: aanvankelijk was beheer nog hanteerbaar door één persoon, maar naarmate het aantal aanvragen groeide werden conflicten onvermijdelijk (bijvoorbeeld meerdere partijen die aanspraak maakten op merknamen). Daarom werd in 1996 de Stichting Internet Domeinregistratie Nederland (SIDN) opgericht; sindsdien beheert dieorganisatie de .nl-registraties.
De groei van .nl was sterk: Beertema registreerde rond de 10.000 url’s zelf, maar tussen 2003 en 2020 steeg het totaal van ruim 1 miljoen naar ruim 6 miljoen registraties. Daarmee staat Nederland wereldwijd op plaats vier wat betreft aantal landendomeinen. Zowel Beertema als Hagen kijken nog met trots terug op het initiatief; volgens Hagen is die vondst bijna letterlijk zichtbaar in het straatbeeld.
Kort samengevat: wat begon als een klein, praktisch voorstel binnen het CWI groeide uit tot een van de grootste en meest gebruikte ccTLD’s ter wereld, met SIDN als beheervariant om de schaalbaarheid en geschilafhandeling te waarborgen.