Veertien jaar cel geëist voor moord op Haagse garagehouder in 1992
In dit artikel:
Op 27 januari 1992 werd de 64-jarige garagehouder Louis ‘Loek’ van Dam in zijn bedrijf aan de Kritzingerstraat in Den Haag van achteren doodgeschoten; zes kogels troffen hem. Het Openbaar Ministerie eiste dinsdag 14 jaar cel tegen de 71-jarige Ruben B. en beschuldigt hem van het laten uitvoeren van die moord. Volgens het OM was B. woedend omdat Van Dam een relatie had met zijn vrouw en zij B. wilde verlaten, en die woede vormt het motief.
Hoewel niet vaststaat wie de trekker overhaalde, stelt het OM dat het moordplan van B. afkomstig was: Van Dams dagboek en eerdere bedreigingen wijzen volgens de officier in die richting. B. had geen alibi voor de middag van de dood en zou politieverklaringen hebben vervalst. B. zelf heeft wel toegegeven dat hij Van Dam heeft bedreigd, maar ontkent met klem betrokkenheid bij de moord; zijn advocaat vraagt vrijspraak en benadrukt dat het bewijs vooral indirect is.
In 1992 zat B. al enige tijd vast, maar destijds was er te weinig bewijs om te vervolgen. Het onderzoek werd heropend na een anonieme tip in 2022. De politie verhoorde getuigen opnieuw, plaatste afluisterapparatuur in woningen en concludeerde dat binnen B.’s familie over een groot geheim werd gezwegen; sommige getuigen kregen volgens het dossier aanwijzingen vóór verhoren. B. werd in maart 2025 opnieuw aangehouden. Tijdens de zitting benadrukte het OM de uitvoerige aard van de beschuldigingen en het feit dat Van Dam geen kans had de dader te zien toen hij werd neergeschoten.