Veendam gooide de marktwerking overboord in de jeugdhulp en zie: de wachtlijsten verdwenen
In dit artikel:
Huisarts Henk Veentjer uit Veendam, waar hij 35 jaar werkt, was jarenlang gefrustreerd over versnipperde en bureaucratische jeugdhulp. Zijn directe ervaringen met gezinnen — zoals een moeder die medische hulp zocht maar bleek te worstelen met een paniekerige thuissituatie en een zoon die van school was geschorst terwijl twaalf hulpverleners het gezin beconcurreerden — waren aanleiding voor een ingrijpende hervorming in de gemeente.
Tweeënhalf jaar geleden gooide Veendam het systeem radicaal om. De gemeente bundelde ambulante jeugdhulp onder één samenwerkingsverband: Jeugdexpertisepunt (Jep). Het aantal aanbieders werd teruggebracht van zo’n tachtig naar zes organisaties die samenwerkten. Bovendien zit er sinds de reorganisatie minstens één gediplomeerde behandelaar — psycholoog, orthopedagoog of gedragswetenschapper — één dag per week in elke huisartsenpraktijk en basisschool, waardoor families laagdrempelig en snel bij deskundigheid terechtkunnen.
Aanleiding voor de verandering was een landelijke en lokale toename van jeugdhulpvraag: inmiddels krijgt ongeveer één op de zeven Nederlandse kinderen professionele hulp; in Veendam is dat zelfs één op de zes. Tegelijk leidde marktwerking na 2015 tot grote versnippering: honderden kleine aanbieders werkten naast gevestigde instellingen, de gemeente verloor overzicht en de kosten stegen tot circa 6 miljoen euro per jaar. Wethouder Ans Grimbergen (PvdA) wilde meer grip op kwaliteit en uitgaven en koos daarom voor een kleiner, integraal model geïnspireerd op andere succesvolle gemeentelijke aanpakken.
De werkwijze van Jep draait om snelle, deskundige triage. Ouders melden zich bij een hoogopgeleide professional die binnen enkele gesprekken onderscheid maakt tussen lichte opvoed- of ontwikkelvragen en complexere problematiek. Ruim de helft van de lichte problemen is volgens betrokken orthopedagogen al binnen vier gesprekken opgelost. Bij ernstiger situaties wordt meteen een verklarende analyse gemaakt en een netwerk van betrokkenen rond het gezin georganiseerd, waarbij ook lokale partners zoals schoolconciërges en de politie kunnen meewerken.
Resultaten zijn zichtbaar: binnen twee jaar verdwenen de wachtlijsten, schooluitval en crisissituaties namen af en de kosten daalden vergeleken met 2021. Jep werkt met een vast budget van ongeveer 6 miljoen euro per jaar en is verantwoordelijk voor zowel de hulpverlening als de financiën; administratieve lasten richting de gemeente werden flink teruggebracht naar korte maand- en kwartaalafspraken. Volgens betrokkenen zijn trajecten gemiddeld goedkoper geworden — circa 600 euro per geholpen cliënt versus eerdere trajectkosten van minstens 1.500 euro — en meer gericht op oorzaakanalyse in plaats van symptoombestrijding.
Veendam laat zien hoe concentratie van expertise, snelle toegang en lokale inbedding in huisartsenpraktijken en scholen fragmentation kunnen tegengaan en tegelijk effectiever en goedkoper kunnen zijn. Andere gemeenten zoeken inmiddels contact om de aanpak te bestuderen. Kritische succesfactoren lijken te zijn: een klein aantal samenwerkende organisaties, directe beschikbaarheid van geschoolde professionals en gezamenlijke verantwoordelijkheid voor zowel kwaliteit als kosten.