Veel zieken door griepgolf, maar RIVM ziet geen reden voor paniek
In dit artikel:
Sinds woensdag geldt in Nederland officieel een griepepidemie. De meeste zieken hebben influenza A, subtype H3N2, dat sinds oktober dominant circuleert. De epidemie begon dit seizoen relatief laat; in de voorgaande twee winters was dat eind januari. Door de voorjaarsvakantie en carnaval wordt verdere verspreiding verwacht, en ziekenhuizen merken al drukte.
Het RIVM en woordvoerder Harald Wychgel benadrukken dat er geen aanwijzingen zijn dat deze H3N2-variant extra besmettelijk of ernstiger is dan gebruikelijke griepvirussen. Volgens cijfers van Stichting NICE lagen in week 6 (2–8 februari) 86 mensen met een acute luchtweginfectie op de IC — aanzienlijk minder dan in dezelfde week van de twee voorgaande jaren. Wychgel zegt hierover: "Het griepseizoen is in Nederland niet eerder gestart dan anders."
Ook de effectiviteit van het griepvaccin valt niet dramatisch tegen: voorlopige Europese studies schatten dat het vaccin ruim 50 procent bescherming biedt tegen klachten door H3N2, vergelijkbaar met andere seizoenen. Voor de meeste mensen is griep een vervelende maar voorbijgaande ziekte (meestal vijf tot zeven dagen), maar ouderen en mensen met chronische aandoeningen lopen een groter risico op complicaties zoals benauwdheid, longontsteking en sterfte. Gemiddeld overlijden jaarlijks zo'n 4.700 mensen in Nederland aan griep, met sterke jaarlijkse schommelingen.
Het RIVM roept op om de basisadviezen voor luchtweginfecties te volgen: blijf thuis bij klachten, werk thuis als dat kan, houd afstand en vermijd contact met kwetsbaren; draag een mondneusmasker als contact met risicogroepen onvermijdelijk is. In België geldt sinds half januari code oranje en wordt mondkapjesgebruik breder aanbevolen in openbaar vervoer en bij binnenactiviteiten; Nederland adviseert maskers in specifieke situaties maar legt nadruk op thuisblijven bij ziekte.