Veel uitgeven aan defensie is heel iets anders dan slim investeren in defensie
In dit artikel:
Deense premier Mette Frederiksen waarschuwde recent na de Groenlandcrisis dat Europa een ‘noodmentaliteit’ moet aannemen: volgens haar keert de oude wereldorde niet terug en verliest Europa zijn bestaansrecht als het zichzelf niet kan verdedigen. De vraag is echter of die retoriek daadwerkelijk leidt tot structurele verandering in beleid — vooral op twee fronten is dat volgens het stuk noodzakelijk: defensie en Europese financiële instrumenten.
Feitelijk gaf Europa in 2025 samen ongeveer €381 miljard uit aan defensie (2,1% van het bbp), waarmee het na de VS (ongeveer €725 miljard) de tweede grootste defensie-uitgavebundel ter wereld is. Toch blijft er een gevoel van machteloosheid. De verklaring: er wordt weinig onderscheid gemaakt tussen jaarlijkse defensie-uitgaven (consumptie van kant-en-klare wapens) en langetermijninvesteringen die nieuwe, Europese capaciteiten opbouwen. Hogere uitgaven kunnen juist afhankelijkheid van leveranciers — vooral Amerikaanse bedrijven — vergroten; zoals Spanje’s premier Pedro Sánchez opmerkte, kan meer uitgeven de afhankelijkheid versterken.
Defensie-investeringen richten zich op het opbouwen van eigen industriële capaciteit en cruciale technologieën die Europa nu grotendeels mist: langeafstandsvrachtvliegtuigen, ballistische raketten, satellietdetectie- en navigatiesystemen en massaproductie van geavanceerde luchtafweerplatforms (bijv. SAMP/T). Omdat deze investeringen jaren nodig hebben om rendement te leveren, is een nieuw, langlopend financieringsmodel vereist.
Daarom groeit de druk — aangewakkerd door Frankrijk, Italië en Spanje — om europäische langlopende schuldinstrumenten (eurobonds) structureel in te zetten voor strategische investeringen, zoals eerder gebeurde met de €750 miljard tijdens de pandemie. In een opvallende draai sprak de Duitse Bundesbankvoorzitter Joachim Nagel recent zijn steun uit voor zo’n Europees schuldpapier, niet zozeer om militaire macht, maar om Europa’s financiële slagkracht te verdiepen. Een inheems, laag-risico schuldinstrument zou spaargelden kunnen terugtrekken uit Amerikaanse markten, de leenkosten verlagen en investeringen goedkoper maken.
Als dit model slaagt, kan Europa paradoxaal genoeg op termijn minder jaarrijks aan defensie uitgeven maar tegelijkertijd strategisch onafhankelijker, veiliger en kredietwaardiger worden.