'Hun werk was zachter, maar ook mensreddender': meer vrouwen in verzet WOII dan gedacht
In dit artikel:
Zes jaar geleden, toen de 29‑jarige UvA‑geschiedenisstudent Jip Boogaard in de Amsterdamse bioscoop Kriterion werkte, kreeg zij van het Nationaal Comité 4 en 5 mei de vraag of medewerkers iets konden vertellen over de verzetsgeschiedenis van die plek. Omdat zij de enige geschiedenisstudent onder het personeel was, dook ze in archieven en interviews — een vooronderzoek dat uitgroeide tot haar masterscriptie en nu het boek De Kriterionmeisjes.
Boogaard reconstrueerde de levens van jonge vrouwen uit het studentenverzet rond Kriterion, en liet daarmee vergeten verzetsdaden zien. Kriterion huisvestte tot 1942 een Joodse vereniging, werd daarna door de NSB gebruikt en bood na de oorlog werk uitsluitend aan voormalige verzetsstrijders; veel van hen behoorden tot het Amsterdamse studentencorps. Centraal staat Piet Meerburg, een prominente verzetsman en oprichter van Kriterion, maar Boogaard wilde vooral weten: wie waren “de meisjes” die in zijn verhalen zonder naam opdoken?
Haar onderzoek brengt aangrijpende persoonlijke verhalen aan het licht, zoals die van Gisela Söhnlein en Hetty Voûte. Zij haalden Joodse kinderen op en brachten hen naar onderduikplekken, soms in ingewikkelde netwerken verspreid door het land. Op een moment brachten ze kinderen naar een zogenaamd echtpaar in een Brabants bos bij Esch — maar het bleek een verraderlijk stel met SS‑connecties. De verzetsgroep besluit hen uit te schakelen; de actie loopt uit de hand, er vallen doden en Gisela en Hetty worden gearresteerd. Beide vrouwen weigeren hun kameraden te verraden en doorstaan transporten en kampen (Haaren, Vught, Ravensbrück), waar ze hun medevrouwen troostten met liedjes en moreel steun boden.
Boogaard benadrukt waarom zulke verhalen lange tijd onderbelicht bleven: de rolverdeling tijdens de oorlog plaatste mannen vaker op de voorgrond; statistieken over gevangenen en gefusilleerden onderschatten vrouwen omdat zij minder zwaar werden gestraft; en veel verzetsvrouwen voerden werkzaamheden uit die minder spectaculair leken (onderduiken regelen, kinderen vervoeren, logistiek verzorgen) maar juist levensreddend waren. Bovendien hielden nabestaanden vaak de herinnering aan gefusilleerde mannen levend, waardoor vrouwelijke ervaringen minder werden verteld.
De studie laat ook zien dat organisaties als het studentencorps een belangrijke organisatorische en sociale rol vervulden in het verzet: hiërarchie, netwerken en groepsbindingen hielpen mensen samen te houden en acties te coördineren. Boogaard hoopt met haar boek niet alleen historische gaten te vullen, maar ook hedendaagse studenten te inspireren door te tonen wat jongeren toen konden betekenen voor de samenleving. Over het precieze aantal vrouwen in het verzet blijft onzekerheid bestaan, maar haar conclusie is duidelijk: achter veel mannelijke verzetsstrijders stond minstens één vrouw.