Veel lawines in de Alpen: '12 tot 15 minuten om te overleven'
In dit artikel:
Dit wintersportseizoen regent het lawines in de Alpen: in Zwitserland, Frankrijk en Italië vielen al meerdere doden, en gisteren kwam in Oostenrijk een 71‑jarige Nederlander om het leven nadat hij onder het sneeuwdek terechtkwam. Europa telt normaal gemiddeld zo’n 100 lawinedoden per jaar; dit seizoen staat de teller al op 91, met de meeste slachtoffers in Italië en Frankrijk.
Lawine-expert Rolf Westerhof wijst op een zwakke onderlaag in het sneeuwpak als belangrijkste oorzaak. Vroege, beperkte sneeuw gevolgd door lange, droge en koude periodes heeft de basis van het sneeuwdek doen vervormen tot een korrelige, losse laag — vergelijkbaar met een slecht fundament — waarop later verse sneeuw viel. Zodra die onderste laag begint te schuiven, kan het hele sneeuwdek meegaan. Omdat deze structuur vooral buiten de geprepareerde pistes voorkomt, ontstaan de meeste lawines off‑piste; op pistes drukken pistebully’s de sneeuw samen en maken die veel stabieler.
Het risico was dit seizoen zo hoog dat vaker dan normaal waarschuwingsniveau 4 of 5 (op een schaal tot 5) werd afgegeven. Wie bedolven raakt, heeft doorgaans slechts 12–15 minuten lucht en overlevingskansen hangen sterk af van snelle groepshulp en juiste uitrusting: een lawinepieper, sonde en schep zijn essentieel. Airbag‑rugzakken vergroten de overlevingskans aanzienlijk doordat ze slachtoffers vaker bovenop de sneeuw houden.
Met de voorjaarsvakanties in volle gang reizen veel Nederlanders nog naar de bergen. Het belangrijkste advies blijft: blijf op de piste — die worden dagelijks gecontroleerd en soms gecontroleerd afgeschoten om onstabiele sneeuw te verwijderen. Wie tóch off‑piste wil en onvoldoende ervaring heeft, wordt sterk aangeraden met een gids op pad te gaan.