Veel dieren in de Waddenzee zwemmen met PFAS in het lijf

woensdag, 25 februari 2026 (10:42) - Dagblad van het Noorden

In dit artikel:

Wageningse onderzoekers onderzochten in 2023 voor het eerst hoe PFAS zich door een complete voedselketen in een riviermonding verplaatst, tot aan toppredatoren. Ze verzamelden dieren in de Waddenzee (rond Griend en het westelijk deel) en vergeleken die met monsters uit de Westerschelde, een bekend PFAS‑hotspot door industrie, rioolwaterzuivering en verbrandingsinstallaties. In het onderzoek zaten zowel lagere trofische niveaus (zoals garnalen, grondels, haring, steenbolk en botjes) als hoger geplaatste soorten: bruinvissen, zeehonden en visdiefjes (via eieren).

Uit de analyses bleek dat organismen uit de Westerschelde consequent hogere PFAS‑concentraties bevatten dan hun soortgenoten uit de Waddenzee. Zelfs zeehonden en bruinvissen die langs de kust trekken, hadden in de Westerschelde duidelijk meer PFAS in hun lever; kennelijk speelt de laatste voedingslocatie een grote rol voor het opgenomen gehalte. Op het Wad varieerden de gemeten waarden van ongeveer 8 nanogram (bij kleine grondelvisjes) tot tussen de 320 en 860 ng per gram droog gewicht in zeehondenlevers — relatief hoog vergeleken met wereldwijde meetreeksen, ondanks dat ze lager zijn dan in de Westerschelde.

Een opvallende uitkomst is dat PFOS (een belangrijke component binnen de PFAS‑groep) sterk biomagnificeert: concentraties nemen duidelijk toe hoger in de voedselpiramide. Dit effect was sterker zichtbaar in de Westerschelde, waarschijnlijk omdat de bronnen daar sterker en de achtergrondconcentraties hoger zijn dan in het Waddengebied. De onderzoekers benadrukken dat ophoping niet automatisch toxiciteit betekent, maar dat grotere ophoping de kans vergroot dat kritische, schadelijke concentraties worden bereikt. Daarom is meer kennis over de gevolgen van chronische blootstelling voor het zeeleven wenselijk.

Er is ook bemoedigend nieuws: vergeleken met vangsten van rond 2006–2008 zijn de PFAS‑concentraties in de Westerschelde gedaald. Tegelijk bleek uit hetzelfde rapport dat andere problematische stoffen (zoals pcb’s, tributyltin en cadmium) eveneens hoger zijn in de Westerschelde dan in de Waddenzee, terwijl zware metalen als kwik en arsenicum vergelijkbare waarden lieten zien op beide locaties.

Kortom: de Westerschelde toont duidelijk grotere PFAS‑belasting en sterker biomagnificatiegedrag dan het Waddengebied, wat vraagt om blijvende monitoring en onderzoek naar langetermijneffecten op ecosystemen en mogelijke risico’s voor mens en dier.