"Veehouders moeten plaats maken voor natuur"
In dit artikel:
De Europese Commissie heeft Nederland op 22 december 2025 laten weten dat de derogatie — de uitzonderingsvergunning die Nederlandse veehouders toeliet meer dan de EU‑norm van 170 kg stikstof per hectare uit dierlijke mest te gebruiken — per 1 januari 2026 komt te vervallen. De maatregel raakt duizenden bedrijven: in 2024 hadden 14.493 Nederlandse bedrijven zo’n vergunning. De beslissing volgt op zorgen over de waterkwaliteit en het beheer van nitraat en stikstof; Brussel stelde dat verlenging niet verantwoord was, deels omdat de Nederlandse aanvraag volgens de Commissie was gebaseerd op verouderde computermodellen.
Voor veel boeren betekent het intrekken van de derogatie directe, forse kosten. Melkveehouder Marcel Schoorlemmer uit Heeten rekent op bijna een ton extra kosten per jaar: hij moet overtollige mest afvoeren en kunstmest kopen om bodemvoedingsstoffen aan te vullen. Schoorlemmer zegt dat de groeicondities in Nederland niet zijn veranderd sinds de derogatie in 2006 en vreest voor het voortbestaan van zijn familiebedrijf van meer dan honderd jaar; hij raadt zijn kinderen af het bedrijf over te nemen. Boerenbelangenvereniging Farmers Defence Force (FDF) verweet minister Femke Wiersma dat zij niet de juiste gegevens naar Brussel heeft gestuurd en waarschuwt dat beleid stelselmatig leidt tot het „uitfaseren van de veehouderij ten gunste van de natuur”.
De huidige ontwikkeling staat niet op zich maar sluit aan op jarenlange, steeds strenger wordende regelgeving: van het Programma Aanpak Stikstof (PAS, 2015–2020) en de invoering van fosfaatrechten (2018) tot de aanwijzing van ‘nutriënten verontreinigde gebieden’ (NV‑gebieden) vanaf 2024 en aanvullende provinciale maatregelen. Waar boeren in 2006 met een vergunning nog tot 250 kg N/ha mochten uitrijden, lag dat in 2025 vaak rond 190–200 kg; vanaf 2026 geldt voor de meeste boeren de standaard EU‑grens van 170 kg N/ha.
Er is felle discussie over de wetenschappelijke basis van het beleid. Onderzoek en herberekeningen — onder meer van Stichting Agrifacts en deels door onderzoekers aan Wageningen — laten zien dat het aandeel stikstof uit de landbouw in oppervlaktewater tussen 2010–2013 en 2017–2022 sterk is afgenomen en mogelijk eerder te hoog werd toegeschreven. Daarbij zouden natuurlijke bronnen en aanvoer uit bovenstrooms gebied meer stikstof leveren dan aanvankelijk werd aangenomen. Critici menen dat recente afbouwstappen en genomen maatregelen vanaf 2023 niet zijn meegenomen in de beslisdocumenten naar Brussel.
Landbouworganisatie LTO stelt dat de meeste bedrijven met derogatie voldeden aan waterkwaliteitsnormen en waarschuwt dat het verlies van derogatie juist negatieve gevolgen kan hebben. Opmerkelijk is dat Ierland een maand eerder wél een nieuwe derogatie kreeg, wat in Nederland de frustratie vergroot. Tegelijkertijd stapelden juridische en politieke druk zich op: een Haagse rechter beval in januari 2025 reductie van stikstofemissies in minstens 50% van Natura‑2000‑gebieden vóór 2030, onder dreiging van een forse boete, terwijl het kabinet later de halveringsdoelstellingen naar 2035 schoof.
Naast mestregels komt op veel boeren ook extra investeringsdruk af: strengere emissiegrenzen voor ammoniak en fijnstof leiden tot verplichte aanpassingen aan stallen (luchtwassers, emissiearme vloeren). Provincies leggen eigen termijnen en eisen op; Noord‑Brabant bijvoorbeeld verplicht boeren met oudere stallen vóór 1 juli 2026 maatregelen te treffen. Boeren vrezen niet alleen de hoge investeringskosten, maar ook dat zij na kostbare aanpassingen alsnog dieren moeten verminderen of vergunningen verliezen.
Op provinciaal niveau vallen eveneens harde ingrepen: Utrecht presenteerde een ontwerp Utrechts Programma Landelijk Gebied (UPLG, 2026–2035) met onder meer bemestingsverboden bij Natura‑2000 en maatregelen om veenweidegebieden te vernatten; sommige melkveehouders kregen volgens bronnen te horen dat zij vanaf 2027 geen vee meer mogen houden. Agractie, NMV en NFO organiseerden begin januari bijeenkomsten om de plannen te beïnvloeden. Critici zoals landbouwjournalist Geesje Rotgers vinden dat provinciale kaarten en normen een te somber beeld schetsen en lokale maatregelen vaak strenger zijn dan Europese criteria.
Civil society reageert ook: de stichting Samenleving, Landbouw en Natuur (SLN), opgericht in 2022, publiceerde een open brief met oproep tot minder polarisatie en meer dialoog tussen boeren, politiek en media. De stichting organiseert bijeenkomsten en probeert beleidsmakers en publiek te betrekken om gezamenlijk oplossingen te zoeken.
Kortom: het intrekken van de derogatie per 2026 vergroot de onzekerheid en financiële druk op Nederlandse boeren, terwijl wetenschappelijke discussie, rechterlijke uitspraken en provinciale beleidskeuzes het speelveld complex en versnipperd maken. Voor veel ondernemers betekent dit moeilijke keuzes over investeringen, schaal en toekomst van familiebedrijven.