„Vasten is meer dan afzien van bepaald voedsel"
In dit artikel:
Het kerkblad Zondag (bestemd voor protestantse gemeenten in Drenthe, Overijssel en Flevoland) besteedt aandacht aan het vasten en benadrukt dat dit binnen protestantse kringen opnieuw aan belangstelling wint — niet als dieet, maar als spirituele oefening. Historisch gezien was vasten al een religieus instrument: van de Egyptische priesters tot joodse, christelijke en islamitische tradities, diende het ter voorbereiding op heilige momenten en voor innerlijke gerichtheid. Waar protestantse kerken het vasten lange tijd als iets rooms-katholieks zagen, bleven evangelische groepen het wél gebruiken als ondersteuning van persoonlijk gebed; tegenwoordig groeit de praktijk weer breder binnen de kerk.
De bijdrage beschrijft hoe Koptisch‑orthodoxe gelovigen zich voorbereiden op vastenperiodes: vooraf wordt veel van het voedsel gegeten dat straks verboden is, en overschotten aan vlees, vis en zuivel worden weggegeven. Het Arabische woord al‑Refa’a verwijst daarbij naar afscheid nemen. Traditioneel hoorde bij vasten ook aalmoezen doen: wie zich luxere producten kon veroorloven, gaf die waarde door aan de armen, en wie maaltijden oversloeg schonk het uitgespaarde geld.
Auteur Phoebe Farag Mikhail benadrukt dat vasten uitnodigt tot bewuste verbinding tussen minder consumeren en meer delen. Praktisch advies in het artikel: geef bespaarde gelden aan voedselbanken, armoedebestrijdende organisaties of direct aan hulpbehoevenden; bied gastvrijheid; help buren met boodschappen; of vervang uit eten gaan door een gift. Er wordt ook gewezen op uitzonderingen: mensen met gezondheidsproblemen, eetstoornissen, zwangeren en zogende vrouwen hoeven niet mee te doen. Bovendien verschillen kosten van plantaardige voeding per regio — groenten zijn gemiddeld goedkoper, maar niet overal en niet altijd.
Centraal staat de boodschap dat vasten meer is dan onthouding van eten: het is een oefening in innerlijke rust, nabijheid tot God en praktisch naastenliefde, echoënd in teksten als Jesaja 58 waarin delen met hongerigen en huisvesting voor de daklozen worden genoemd.