Varkensbaaiveteraan Eduardo Zayas-Bazán: Die droom om ooit terug te keren naar een vrij Cuba laat me niet los

woensdag, 3 juni 2026 (18:38) - Reformatorisch Dagblad

In dit artikel:

Eduardo Zayas‑Bazán, nu 90, behoorde 65 jaar geleden tot de eerste groep van 1.500 door de CIA getrainde Cubaanse ballingen die in de nacht van 17 april 1961 bij Playa Girón (Varkensbaai) aan land gingen om het bewind van Fidel Castro omver te werpen. Als kikvorsman behoorde hij tot de eerste vijf die het strand bereikten, maar de operatie faalde al vroeg: landingsschepen liepen vast op een rif, bevoorrading en coördinatie waren slecht en de Amerikanen trokken op het cruciale moment luchtsteun terug. Zayas‑Bazán zegt dat zijn strijders “blind vertrouwen” hadden in de Amerikanen, maar dat dat vertrouwen verbrijzelde toen Washington de aanval publiekelijk ontkende en orders kreeg om niet openlijk in te grijpen.

De mislukking had directe gevolgen: 114 doden onder de aanvallers, veel gewonden en velen gevangen genomen. Zayas‑Bazán raakte gewond aan zijn knie en werd na overgave opgesloten in het El Príncipe‑fort in Havana. Een jaar later, in april 1962, werden de overgebleven gevangenen vrijgelaten nadat de VS in totaal 62 miljoen dollar betaalde — grotendeels in babyvoeding en medicijnen; persoonlijk ontving Zayas‑Bazán ongeveer 100.000 dollar (naar hedendaagse maatstaven circa een miljoen).

Zijn motivatie om te vechten kwam voort uit een achtergrond in de hogere middenklasse en een familie met politieke wortels in Camagüey. Opgegroeid in het vooroorlogse welvarende Cuba, studeerde hij in de VS en behaalde later een rechtenstitel in Havana, maar na de revolutie verloor hij rechten, bezittingen en politieke vrijheden. Teleurgesteld door Castro’s ingrepen in gerecht en maatschappij sloot hij zich aan bij een katholieke, contrarevolutionaire beweging en vertrok hij in september 1960 naar Miami om bij de voorbereidingen voor de invasie betrokken te raken. Hij kreeg training van Amerikaanse instructeurs van november tot maart voorafgaand aan de aanval.

Zayas‑Bazán legt de mislukking deels bij beleidskeuzes in Washington: president John F. Kennedy wijzigde kort voor de operatie de oorspronkelijke landingsplaats (van Trinidad naar de meer verborgen Varkensbaai) en beperkte de zichtbare betrokkenheid van de VS, waardoor cruciale luchtsteun werd ingetrokken toen dat nodig was. Dat leidde niet alleen tot het onmiddellijke falen van de invasie, maar volgens Zayas‑Bazán droeg het ook bij aan de keten van gebeurtenissen die uitmondden in de Cubacrisis van 1962.

Sinds 1962 woont hij in Miami, is voorzitter van Brigada 2506 (de vereniging van Varkensbaaiveteranen) en beheert hij een in mei geopend museum over de invasie. Hij blijft fel gekant tegen het communistisch regime in Havana, dat hij verantwoordelijk houdt voor economische verarming en repressie. In het artikel uit 2026 reageert hij op de huidige crisis op het eiland — stroomuitval, brandstoftekorten en rijen voor basisgoederen — en noemt recente Amerikaanse maatregelen en uitspraken (een olieblokade ingesteld onder president Trump, uitspraken van politici als Marco Rubio en CIA‑overleg) als factoren die de druk op het regime vergroten. Zayas‑Bazán vreest dat een gewelddadige opstand mogelijk is als de wanhoop toeneemt, maar hoopt ondanks alles ooit terug te keren om Cuba te helpen herbouwen.

Zijn persoonlijke slotboodschap is onveranderd: na meer dan zes decennia blijft de droom van een vrij Cuba leven. Boven de ingang van het museum prijkt het motto van zijn eenheid: “We zullen ons vaderland nooit in de steek laten.”