Variatie in begrazing beter voor duinsoorten
In dit artikel:
Onderzoekers van Stichting Bargerveen, in opdracht van OBN Natuurkennis, hebben onderzocht of wisselbegrazing — het afwisselend twee jaar wel en twee jaar niet laten grazen — kan bijdragen aan het herstel en behoud van karakteristieke biodiversiteit in open kustduinen. Experimenten liepen in halfopen duingebieden op Texel, Goeree en Voorne en de Kop van Schouwen, en werden vergeleken met aangrenzende continu begraasde referentiegebieden.
Resultaten tonen dat tijdelijk niet begrazen over het algemeen gunstig is voor zowel planten als bepaalde diergroepen: typische duinplanten en veel hommels, zweefvliegen en veldsprinkhanen reageren positief. De lengte van de onbegraasde periodes blijkt cruciaal; langdurige uitsluiting van begrazing (zoals aanvullend onderzocht in Nationaal Park Zuid-Kennemerland) leverde juist meer negatieve effecten op ten opzichte van continue begrazing. Klimaatschommelingen spelen een grote rol: droge jaren kunnen populaties in begraasde stukken sterker doen teruglopen dan in tijdelijk onbegraasde stukken, waardoor de wisselwerking tussen weer en beheer minstens zo bepalend is als het wel of niet begrazen.
Verwachtingen dat kalkrijke, soortenrijke duinen het meest zouden profiteren bleken onjuist: de grootste positieve effecten van tijdelijk niet begrazen werden juist gevonden in kalkarme duinen op Texel; de Kop van Schouwen zat qua effectgrootte tussen Texel en de kalkrijke duinen van Goeree/Voorne in.
Een landelijke aanvullende analyse met De Vlinderstichting en Sovon laat zien dat begrazing over het geheel genomen positief is voor dagvlindertrends, maar per soort sterk verschilt. Sommige soorten (bijv. kommavlinder, bruin blauwtje, hooibeestje) verdragen zelfs hoge en langdurige graasdruk, terwijl andere karakteristieke duinvlinders (zoals heivlinder, duinparelmoervlinder, landkaartje) achteruitgaan bij begrazing; graasintensiteit, duur en het type grazer zijn daarbij vaak bepalend.
Praktisch is de omschakeling naar wisselbegrazing niet eenvoudig: organisatie en afspraken kosten vaak een à twee jaar. Het experiment wordt verlengd tot 2028 om langetermijneffecten beter te kunnen beoordelen. Conclusie: wisselbegrazing kan een waardevol instrument zijn om verruiging tegen te gaan en tegelijk kwetsbare soorten te sparen, mits periodelengte, lokale bodemcondities, weersvariatie en graasdruk goed worden afgestemd.