Vanuit het publiek én orkest in Venetië klonk applaus: de dirigent kan haar biezen pakken

woensdag, 29 april 2026 (12:02) - Het Parool

In dit artikel:

Beatrice Venezi is ontslagen als dirigent bij het gerenommeerde operahuis La Fenice in Venetië, nadat haar aanstelling maandenlang leidde tot protesten onder musici en personeel. De directie maakte het besluit zondagavond bekend tijdens een uitvoering; het publiek en het orkest reageerden met applaus. Venezi zou pas in oktober officieel beginnen, dus ze heeft nooit publiekelijk voor La Fenice geleid.

De 36-jarige Venezi, die cum laude afstudeerde aan het conservatorium van Milaan en zowel in binnen- als buitenland orkesten leidde, was een opvallende publieke figuur: ze verscheen in praatprogramma’s, presenteerde het populaire Sanremo-festival en maakte reclames. Ook is ze uitgesproken rechts en heeft ze nauwe banden met premier Giorgia Meloni, die haar publiekelijk verdedigde. Critici bestempelden haar benoeming daarom als mogelijk resultaat van vriendjespolitiek.

De directe aanleiding voor haar vertrek waren herhaalde, publieke uitspraken die volgens artistiek directeur Nicola Colabianchi “beledigend en schadelijk” waren en in strijd met het respect dat het theater en de musici verdienen. Enkele maanden eerder had Venezi in een interview gezegd dat functies bij La Fenice soms ‘van vader op zoon’ zouden worden doorgegeven, wat de controverse aanwakkerde.

Orkestleden stuurden in een open brief aan dat Venezi geen ervaring heeft met dirigeren van opera- of symfonieorkesten in La Fenice en dat haar cv niet overeenkomt met die van voorgaande dirigenten. Musici voerden zeven maanden lang protesten; een staking leidde tot een afgelaste voorstelling en een protestmars trok ook medewerkers van andere culturele instellingen aan, die waarschuwden voor politieke inmenging in de cultuursector.

Voorstanders in het rechtse kamp vinden dat Venezi wél voldoende ervaring heeft en duiden de bezwaren als politiek gemotiveerd. De breuk bij La Fenice illustreert zowel interne wrijving binnen een tophuis van de klassieke muziek als de bredere spanning tussen cultuurinstellingen en de politieke sfeer in Italië.