Van seks houden, geen kinderen willen, vaginaherstel - Karin Rus (47) onderzocht taboes voor vrouwen
In dit artikel:
Karin Rus (47) wil met haar boek Zeg ik lekker wel vrouwen onderwerpen teruggeven die doorgaans in het donker blijven: lichaamsbeharing, menstruatie, orgasme, cosmetische gynaecologie, vaginaherstel na bevalling, de overgang en het kiezen voor geen kinderwens. Als journalist sprak ze voor het boek met psychologen, seksuologen en gynaecologen, maar ze legt ook haar eigen ervaringen bloot om te laten zien dat schaamte vaak onterecht en sociaal geconstrueerd is.
De aanleiding was een eerder stuk voor Linda over haar eigen vaginahersteloperatie na een bevalling, waarin een deel van haar bekkenbodemspier was doorgescheurd. De heftige reacties op sociale media — mensen die alleen de kop lazen en haar veroordelden — maakten haar duidelijk hoe gevoelig deze thema’s liggen. Tegelijk kreeg ze van specialisten te horen dat tienduizenden vrouwen ernstige bekkenbodemklachten hebben en daar vaak mee blijven rondlopen uit schaamte of omdat ze niet worden gehoord.
Rus legt verbanden tussen die verschillende taboes: het zijn normale lichamelijke feiten die zijn weggedrukt door sociale normen. Voorbeelden uit het boek tonen hoe vrouwen al jong leren hun lichaam te verbergen (niet praten over poepen, menstruatie verbergen, benen scheren vanaf de puberteit) en hoe dat leidt tot eenzaamheid en onzekerheid. Persoonlijke verhalen — van haarzelf en vriendinnen — illustreren dat veel problemen, zoals zware menstruaties of problemen met klaarkomen, vaker voorkomen dan je denkt en dus geen individuele tekortkoming zijn.
Ze wijst ook op medische en culturele ongelijkheid. Volgens Rus krijgt in Nederland maar 6 procent van de vrouwen met ernstige overgangsklachten hormoontherapie aangeboden, tegenover 33 procent van de mannen met erectieproblemen; terwijl ongeveer 80 procent van de vrouwen overgangsklachten ervaart en minder dan 15 procent van de mannen last heeft van erectiestoornissen. Bovendien ervaren veel vrouwen dat huisartsen en specialisten hun klachten wegwuiven als “te jong” of onbelangrijk. Die patronen ziet Rus als een blijvend effect van patriarchale verwachtingen: vrouwen worden primair als voortplantingsdrager gezien, en afwijkende wensen (zoals geen kinderwens) passen niet in dat beeld.
Rus haalt ook sociale voorbeelden aan: dubbelmoralen in dating en de scherpe oordelen over vrouwelijke seksualiteit laten zien dat seksuele vrijheid in theorie bestaat, maar in praktijk vaak met stigma wordt omgeven. Haar eigen achtergrond in een streng gereformeerde omgeving verklaart deels waarom zulke onderwerpen bij haar en in haar omgeving lange tijd niet openlijk besproken werden.
Praktisch advies in het boek is laagdrempelig: begin gesprekken door eerst een eigen, niet-dreigend voorbeeld te delen (bijv. over scheren), zodat er ruimte ontstaat om herkenning en normalisering te vinden. Rus hoopt vooral dat vrouwen zich minder eenzaam voelen en eerder de keuze hebben om hun ervaring te delen. Ze benadrukt dat openheid niet bij iedereen evenveel behoeftes oproept, maar dat het creëren van een ruimte voor deze thema’s waardevol is.
Zeg ik lekker wel: over vrouwen, taboes en vrijheid verschijnt bij Alfabet Uitgevers (€14,99) en wil zowel informeren als aanmoedigen om schijnbaar gênante onderwerpen bespreekbaar te maken, zodat vrouwen beter gehoord en geholpen worden.