Van puzzelen tot door op oude voet: Deze coalities gaan de Groningse gemeenten mogelijk besturen
In dit artikel:
De verkiezingen zijn voorbij; de formatie begint nu en verkenners moeten in verschillende Groningse gemeenten coalities leggen. Lokale partijen zijn op veel plekken dominant, maar de samenstelling verschilt per gemeente en brengt telkens eigen dilemma’s rond stabiliteit, draagvlak en ideologie.
Eemsdelta: Lokaal Belang Eemsdelta (LBE) is veruit de grootste met 11 zetels. In theorie volstaat één kleine partner van drie zetels (GroenLinks‑PvdA, CDA of VVD) voor een meerderheid, maar ook combinaties met SP, Volt, EDE of ChristenUnie zijn mogelijk. Omdat de vorige periode rustte op een brede meerderheid van 20 zetels, ligt een college met brede steun voor bestuurbaarheid voor de hand.
Groningen (stad): GroenLinks‑PvdA is met 13 zetels de grootste partij. D66 (6) en de Partij voor de Dieren (4) vormen samen al een krappe meerderheid met GroenLinks‑PvdA, maar voor meer draagvlak zal vermoedelijk een vierde partij worden gezocht. Mogelijkheden zijn de SP, ChristenUnie of het sterk gegroeide Student & Stad; samenwerking met VVD of CDA is minder vanzelfsprekend gezien de centrumlinkse voorkeur.
Het Hogeland: Volgens de voorlopige uitslag is GroenLinks‑PvdA de grootste winnaar. Voortzetting van de huidige driepartijencombinatie met Gemeentebelangen en de VVD is plausibel gezien de eerdere samenwerking en het gezamenlijke werkcomfort.
Midden‑Groningen: Gemeentebelangen kwam als winnaar uit de bus (10 zetels), GroenLinks‑PvdA bleef stabiel (6). Samen hebben zij 16 zetels; voor een meerderheid is nog een derde partner nodig. CDA of VVD liggen logischerwijs voor de hand: beide zaten al in het vorige college en het CDA toonde zich loyaal. FvD behaalde vier zetels, maar samenwerking met die partij ligt voor GroenLinks‑PvdA en vermoedelijk ook voor Gemeentebelangen uit den boze, onder meer vanwege hun standpunt over gaswinning.
Oldambt: De bestaande coalitie (GroenLinks‑PvdA, Gemeentebelangen, VVD, Partij voor het Noorden) heeft nipt genoeg zetels om door te starten. Er is echter een lichte verschuiving naar rechts zichtbaar — PVV groeide — en de fusie van GroenLinks en PvdA lijkt stemmen te hebben gekost; GBO kwam dichtbij de fusiepartij.
Pekela: PVV en SP delen de winst met elk vier zetels; samen hebben ze een minimale meerderheid. Ze kunnen samen besturen, maar met een extra partij of door een raadsbreed akkoord wordt de stabiliteit vergroot. Een breed akkoord zou meer polderen vereisen maar geeft groter draagvlak.
Stadskanaal: Coalitievorming wordt hier een echte puzzel. De nieuwkomer PVV (5) en Lokaal Betrokken (4) zijn kritisch op dure projecten waar het vorige college zich juist voor inzette. Zonder PVV of Lokaal Betrokken is een meerderheid alleen haalbaar met maar liefst vijf partijen, wat kwetsbaar is. De PVV heeft geen bestuurservaring en hanteerde een harde campagnetoon, waardoor het onduidelijk is of andere partijen hen in een college willen opnemen. De verkenner staat voor een lastige klus.
Veendam: De bestaande coalitie van Gemeentebelangen, PvdA‑GroenLinks en VVD zou opnieuw een stabiele meerderheid kunnen vormen; de zetelverdeling maakt een doorstart aannemelijk.
Westerkwartier: VZ (8), Sterk (6) en GroenLinks‑PvdA (6) samen vormen ruim een meerderheid. Toch is het gebruikelijk om ook een christelijke partij (CDA of ChristenUnie) te betrekken; bovendien speelde er vlak voor de verkiezingen een ruzie tussen VZ en Sterk, wat samenwerking kan bemoeilijken.
Westerwolde: Gemeentebelangen, Samen voor Westerwolde en CDA (samen nipt meerderheidsformule) zijn de logischste coalitiepartners; om meer stabiliteit kan ook BBB erbij komen. De drie partijen werken al samen in het college en delen veel standpunten.
Algemene lijn: lokaal sterke partijen bepalen veel uitslagen; waar grote lokale winnaars of nieuwe populistische spelers (PVV) opduiken, ontstaan spanningen tussen representatie van de kiezer en de wens voor bestuurbaarheid en polderen. Verkenners zullen vaak kiezen voor breder gedragen coalities om rust en continuïteit te waarborgen, tenzij ideologische kloof of bestuurlijke onwil samenwerking verhindert.