Van personal brandmanager tot reizen: Kamer krijgt al jaren advies om regels aan te scherpen (maar doet dat niet)
In dit artikel:
De Federale Deontologische Commissie van de Kamer waarschuwt al jaren voor twee hardnekkige grijze zones: parlementaire medewerkers die vooral voor hun partij werken, en ongerapporteerde buitenlandse reizen van Kamerleden. Ondanks meerdere adviezen — en enkele incidenten die het onderwerp in de publieke belangstelling brachten — zijn bindende regels of handhavingsmechanismen vooralsnog uitgebleven.
Personeel: partij- versus parlementair werk
De commissie, opgericht in 2016, stelde in 2021 duidelijk dat met gemeenschapsgeld betaalde medewerkers niet "in hoofdzaak" mogen worden ingezet voor partijwerk. In de praktijk blijven gemengde taken echter veel voorkomen: medewerkers combineren vaak parlementaire ondersteuning met partij- of campagnetaken. Dat maakt het begrip "hoofdzakelijk" moeilijk afdwingbaar en leidt tot discussies over functies zoals de personal brandmanager van Vooruit-voorzitter Conner Rousseau. Onder publieke druk plaatste Vooruit die medewerker uiteindelijk op de loonlijst van de partij. Partijpraktijken verschillen: sommige partijen gebruiken vaker partijgestuurd personeel, anderen hebben traditioneel sterke fractiediensten die taken scheiden.
Politicologen wijzen op de vage grens tussen fractie en partij en benadrukken dat het technisch mogelijk maar kunstmatig kan zijn om taken driedelig te scheiden. Kamervoorzitter Peter De Roover stelt dat regels wel op papier kunnen, maar dat controle en handhaving lastiger zijn: wat op het eerste gezicht partijwerk lijkt, kan als parlementaire ondersteuning worden verdedigd.
Buitenlandse reizen: wie betaalt en wat moet gemeld worden?
Ook bij buitenlandse trips bestaat weinig verplichting tot transparantie. Het N-VA-Kamerlid Michaël Freilich reisde vorig jaar naar Washington en sprak daar over Joodse besnijdenissen; de reis was geen officiële parlementaire missie en werd betaald door AJC Transatlantic Institute (het AJC). Omdat zulke gesponsorde reizen niet systematisch worden geregistreerd, ontstond politieke ophef en een debat over mogelijke belangenverstrengeling en beïnvloeding.
De Deontologische Commissie adviseerde in 2023 om vooraf kennisgeving te verplichten, een openbaar reisregister te voeren en Kamerleden verplicht te informeren wanneer zij een debat aangaan over onderwerpen die tijdens gesponsorde reizen besproken werden. De commissie raadde zelfs aan dat politici idealiter zelf de kosten dragen. Hoewel die aanbevelingen concreet zijn, zitten vernieuwingen vast in de Kamer. Vooruit diende in november 2025 een wetsvoorstel in voor een reisregister, maar de discussie stokte na een eerste commissiebehandeling. Tegenstanders spreken hun zorgen uit over mogelijke repercussies voor parlementsleden of buitenlandse contacten (bijv. cyberdreigingen), maar voorstanders zeggen dat dergelijke risico’s vaak al bestaan en transparantie toch prioriteit moet krijgen.
De commissie zelf: adviesorgaan zonder sancties
De Federale Deontologische Commissie telt een team van twaalf, onder leiding van onder meer voormalig topmagistraat Françoise Tulkens en ex-Kamerlid Luk Willems. Sinds de oprichting leverde ze 29 adviezen, maar ze heeft geen sanctiebevoegdheid; ze kan alleen aanbevelen. Sommige adviezen leidden wel tot veranderingen — zoals de invoering van een alcoholverbod in de Kamer en richtlijnen over belangenconflicten voor federaal personeel — maar veel aanbevelingen blijven hangen. In het jaarverslag spreekt de commissie frustratie uit: deontologische reflectie blijft in de politieke praktijk vaak incidenteel en wordt pas serieus genomen bij mediabelangstelling.
Nieuwe stappen en onzekere uitkomst
Naar aanleiding van de Freilich-zaak vroeg Groen-voorstelneemster Meyrem Almaci een nieuw advies over de reikwijdte van uitlatingen van Kamerleden en transparantie bij gesponsorde reizen. De commissie is hierover opnieuw samengekomen, maar of dit leidt tot dwingende regels is onzeker. Politieke verdeeldheid, praktische controleproblemen en vrees voor repercussies vormen de voornaamste obstakels. Internationale voorbeelden tonen dat parlementsregisters en strikte meldingsplichten mogelijk zijn, maar in België blokkeert de combinatie van politieke weerstand en gebrek aan handhavingsmechanismen voorlopig diepgaander hervorming.