Van pensioenbonus tot centenindex: dit verandert er in 2026 al aan de pensioenen
In dit artikel:
De federale pensioenhervorming van de regering bevat al vóór 2027 meerdere ingrepen die in 2026 van kracht worden. Belangrijke wijzigingen raken werknemers, gepensioneerden, ambtenaren en zelfstandigen.
Pensioenbonus en malus
- De opbouw van de oudere pensioenbonus (regering-De Croo) stopt op 31 december 2025; wat opgebouwd is wordt bij pensionering uitbetaald. Vanaf 1 januari 2026 gaat de nieuwe bonus (regering-De Wever) opbouwen voor wie langer werkt dan de wettelijke pensioenleeftijd en een loopbaan van minstens 35 jaar (156 dagen per jaar) en 7.020 gewerkte dagen heeft. Voor elk jaar langer werken dan de wettelijke leeftijd stijgt het wettelijk brutopensioen met 5%. De wet wordt volgend jaar gestemd; de opbouw van de bonus wordt echter retroactief geregeld. Een pensioenmalus voor vervroegd stoppen is gepland, maar treedt ten vroegste in vanaf 2027.
Einde cashbetalingen en centenindex
- Vanaf 1 januari 2026 verdwijnen maandelijkse cash-uitbetalingen aan huis; ongeveer 3.000 gepensioneerden moeten voortaan hun pensioen via bankoverschrijving of cheque ontvangen.
- De zogenaamde centenindex (gedeeltelijke indexsprong) gaat ook gelden voor pensioenen boven €2.000 bruto: die pensioenen krijgen in plaats van een volledige 2%-indexering twee keer een vaste toeslag van €40. De timing hangt af van wanneer de wet ingaat en wanneer de spilindex overschreden wordt; mogelijk één keer in 2026 en nogmaals in 2028.
Ambtenaren: perequatie en ziektepensioen
- De perequatie — automatische extra verhoging van lopende pensioenen van vastbenoemde ambtenaren wanneer de lonen van actieve collega’s stijgen — wordt volledig afgeschaft in de loop van 2026.
- Vanaf 1 april 2026 stopt de nieuwe instroom in het ziektepensioen voor statutaire ambtenaren. Langdurig zieken kunnen niet meer automatisch op ziektepensioen worden gezet als hun opgespaarde ziektedagen op zijn; werkgevers krijgen meer verplichtingen rond preventie en re-integratie en er komt een verzekeringsconstructie tegen arbeidsongeschiktheid. Het opsparen van ziektedagen om vroegtijdig te stoppen wordt op termijn ook aangepakt.
Financiële bijdragen en aanvullende pensioenen
- De Wijninckx-bijdrage — uitzonderlijke heffing voor wie (wettelijk + aanvullend) boven het maximumpensioen van vergelijkbare ambtenaren zit — stijgt van 3% naar 12,5% vanaf 2026. Het Wijninckxplafond blijft ongewijzigd op €8.291 bruto per maand.
- De welvaartsaanpassing (structurele extra verhoging na 5 en 15 jaar) wordt voor 2026–2029 op nul gezet.
- De solidariteitsbijdrage op aanvullend pensioen wordt vanaf 2026 standaard 2% (met terugbetaling als te veel betaald).
- De minimale berekende rendementsgarantie op aanvullend pensioen blijft minstens 2,5% in 2026 (FSMA).
Zelfstandigen en VAPZ
- Het maximumbedrag dat zelfstandigen fiscaal voordelig in een Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen (VAPZ) mogen storten, stijgt naar 8,5% (van 8,15%); voor sociaal VAPZ naar 9,78% (van 9,4%). Ook zelfstandigen in bijberoep krijgen toegang tot VAPZ vanaf 2026. De wetsontwerpen moeten nog gestemd worden; tot dan gelden de oude percentages maar achteraf kan bijbetaling mogelijk zijn.
Veel maatregelen treden pas na goedkeuring van de wet in werking; de precieze timing van indexeringsmomenten en andere ingrepen hangt af van wanneer die wetten worden aangenomen. De kern van de hervorming is duurzamere budgettering van pensioenen, stimulans om langer te werken en beperking van het vroegtijdig uitstroomscenario via ziektepensioenen.