Van Olympische medaille naar verzetsheld: het bijzondere verhaal van ruiter Charles Pahud de Mortanges
In dit artikel:
Tijdens de Nationale Sportherdenking bij het Olympisch Stadion in Amsterdam stond dit jaar de paardensport en met name het verhaal van ruiters uit de Tweede Wereldoorlog centraal. Historicus en medeorganisator Jurryt van de Vooren zette vooral Charles Pahud de Mortanges (1896–1971) in de schijnwerpers; van de vijf genoemde olympiërs was hij de enige die de oorlog overleefde. Van de Vooren noemde hem “Nederlands meest succesvolle olympiër van de twintigste eeuw en tevens een van de meest onbekende”.
Voor de oorlog was Nederland zeer succesvol in de paardensport; elke Spelen leverden meestal een medaille op. Na 1945 verdween dat succes bijna helemaal en pas in 1992 keerde een medaille terug — een breuk die mede verklaard wordt door de oorlogservaringen van ruiters zoals Alexander van Geen, Pierre Versteegh, Eddy Kahn en Tjeerd Pasma, die tijdens de bezetting omkwamen.
Pahud won vier gouden en twee zilveren medailles verspreid over vier Olympische Spelen en behaalde in 1928 twee keer goud in het Amsterdamse stadion. Tijdens de bezetting organiseerde hij hulp voor gewonden op landgoed Kareol, werd in 1942 gevangengenomen, sprong uit een rijdende trein en wist naar Engeland te ontkomen. Daar nam hij deel aan de invasie in Normandië (juni 1944). Na de oorlog was hij onder meer voorzitter van het Nederlands Olympisch Comité en gaf hij opdracht tot het plaatsen van het Prometheusbeeld bij het stadion. Zijn zoon Charles ‘Buuk’ Pahud viel echter wel tijdens de oorlog.
De herdenking belichtte ook de omstreden Spelen van 1936, waarbij veel ruiters bij een waterhindernis strandden terwijl Duitse deelnemers foutloos leken te passeren — een gebeurtenis die Pahud niet publiekelijk aan de orde stelde. Burgemeester Sofyan Mbarki koppelde Pahuds daden aan het offer van Prometheus, maar riep ook op niet alleen helden te verheerlijken: veel Nederlanders gedroegen zich destijds meegaand of afwachtend. Speciale aandacht ging naar de Amsterdamse studentenrijvereniging Hors, die in verzet kwam toen joden werden geweerd — een geschiedenis die jongere leden vaak onbekend is, en volgens preses Sarah Nüssler helpt om de oorlog dichterbij te brengen.