Van huis en haard verdreven: het gezin van ds. Ferenc Visky in Roemenië

donderdag, 19 februari 2026 (16:07) - Reformatorisch Dagblad

In dit artikel:

András Visky’s debuutroman De Verdrevenen, recentelijk in het Duits uitgegeven als Die Aussiedlung en waarvan een Nederlandse vertaling voor 2026 gepland staat, vertelt in 822 korte hoofdstukken het aangrijpende verhaal van een Roemeens-Hongaarse predikantsfamilie onder communistische repressie. De verteller is het jongste kind van dominee Visky en zijn vrouw Júlia; veel van wat wordt beschreven heeft duidelijk autobiografische wortels.

Het keerpunt is 1957: dominee Visky wordt door het communistische regime tot 22 jaar dwangarbeid veroordeeld, deel van een bredere zuiveringscampagne jegens de Hongaarse minderheid en christelijke kerken. Vervolgens worden Júlia en de zeven kinderen gedwongen naar een kamp gedeporteerd, waar ze te maken krijgen met pesterijen, geweld, honger en ziekte. De roman toont hoe gezin en gemeenschap ternauwernood overleven, mede dankzij onderlinge zorg en enkele medestanders.

Centrale figuur in het boek is moeder Júlia: diep religieus, scherpzinnig en weerbaar. Haar Bijbellezingen, gezangen en innerlijke gesprekken met God vormen een levenslijn in de beproeving en geven haar het morele kompas om zich te verzetten tegen vernedering en seksuele intimidatie door bewakers. Tegelijkertijd humaniseert Visky zijn personages door hun tekortkomingen te tonen; heldendom wordt afgezet tegen alledaagse kwetsbaarheid. De partijfunctionarissen en kampbewakers worden vaak als onhandige, moreel armoedige figuranten neergezet, wat de gruwelijkheden paradoxaalerwijs draaglijker laat verschijnen.

De vertelstijl — korte hoofdstukken, directe toonaard — schept ritme en afstand, maar verbergt niet de voortdurende dreiging van de Securitate. Na zeven jaar mag de dominee, zwaar getekend door marteling, onder strikte voorwaarden terugkeren; het gezin wordt ternauwernood herenigd. Het slotdeel behandelt de militaire dienst van András zelf en zijn worsteling met indoctrinatie, vaderlandbegrip en Europa.

Visky’s roman is geprezen om de krachtige combinatie van soberheid, humor en religieuze gevoeligheid. Naast een persoonlijk verhaal biedt het boek houvast bij een weinig bekend hoofdstuk van de recente Europese geschiedenis: de vervolging van Hongaarse christenen in Transsylvanië tijdens het communistische bewind en de culturele en politieke spanningen in die regio.