Van Hollywood naar Tilburg: Steve McQueen toont sterren, ruimte en menselijkheid in eerste solotentoonstelling
In dit artikel:
Steve McQueen presenteert in museum De Pont in Tilburg zijn eerste solotentoonstelling in Nederland met vier installaties, waarvan Atlas speciaal voor deze zaal is gemaakt. Het werk voert bezoekers op een contemplatieve ruimtereis gebaseerd op astronomische data van de European Space Agency: vier oude buismonitoren tonen witte puntjes die sterren voorstellen en bewegen met een versnelde tijdsschaal (ongeveer 550 keer de snelheid van het licht). De beelden beslaan circa vijf jaar aan waarnemingen, waardoor de ervaring zich steeds verandert en nooit twee keer hetzelfde is. McQueen plaatst de kijker zo in een perspectief van tijd en ruimte en zoekt niet naar imponerend technologisch spektakel maar naar een bijna vertrouwelijke, uitnodigende esthetiek.
De keuze voor een lowtech-weergave — CRT-monitoren en beeldtaal die aan vroege videospelletjes doet denken — is bewust: het werk verwijst naar de kwetsbaarheid en eenvoud van echte ruimtevaartuigen en wil geen overweldigend visueel statement maken. McQueen koppelt deze aanpak aan het mythologische thema van Atlas, de titaan die het hemelgewelf draagt, en wil met het project kaders bieden — van lokaal (Tilburg) tot kosmisch — en de toeschouwer laten vertragen en reflecteren.
Naast Atlas toont De Pont ook Sunshine State, een recent aangekocht videowerk van McQueen dat een schrijnend familieverhaal vertelt over zijn vader, die in de jaren vijftig in Florida betrokken raakte bij een racistisch conflict waarbij twee vrienden omkwamen. Het halfuur durende stuk verweeft die persoonlijke geschiedenis met gemonteerd beeldmateriaal uit The Jazz Singer (1927) om de historische constructie van zwarte identiteit in westerse cultuur — onder meer via minstrel-tradities — te bevragen. McQueen benadrukt dat zulke onderwerpen tijd nodig hebben om zich te vormen; pas na rijping en verzamelen van materiaal ontstaat het uiteindelijke werk.
Biografische context: McQueen (geboren in Londen, ruim dertig jaar woonachtig in Amsterdam) brak door in de jaren negentig met experimentele video’s, won in 1999 de Turner Prize en maakte later succesvolle speelfilms zoals Hunger, Shame, Widows en 12 Years a Slave, waarvoor hij een Oscar kreeg. Hij ziet zijn film- en installatiepraktijk als één oeuvre in verschillende talen: film als lineair, narratief medium; installaties als fragmentarischer en ruimtelijker.
In gesprekken benadrukt McQueen dat succes geen doel op zich is; belangrijker is het proces van maken en de eerlijkheid van het werk. Kunst kan de wereld niet per se direct veranderen, zegt hij, maar kan wel ruimte scheppen voor reflectie en ons confronteren met onze positie in tijd en samenleving. De tentoonstelling in De Pont is t/m 30 augustus te zien.