Van het Hongaarse parlement mag Orbán nooit meer premier worden
In dit artikel:
In Hongarije heeft het parlement maandagavond met 135 tegen 50 stemmen een grondwetsamendement aangenomen dat de maximale ambtstermijn van een premier op acht jaar vastlegt. De maatregel geldt met terugwerkende kracht vanaf 1990 en sluit daarmee een terugkeer van Viktor Orbán uit: hij was premier van 1998–2002 en van 2010–2026. De stemming vond plaats in Boedapest nadat Péter Magyar in april als nieuwe premier aantrad na de verkiezingszege van zijn Tisza-partij.
Magyar behaalde een tweederdemeerderheid, waardoor zijn regering nu in staat is vele van Orbáns wetten terug te draaien en ook de grondwet te wijzigen. Het amendement werd verdedigd als een fundament voor herstel van de rechtsstaat; initiatiefnemer Márton Melléthei-Barna noemde het een noodzakelijke constitutionele pijler bij de democratische wederopbouw.
Er blijft nog een politiek obstakel: de wijziging moet worden ondertekend door president Tamás Sulyok, een Fidesz-bondgenoot die zijn positie aan Orbán te danken heeft. Mocht Sulyok weigeren te tekenen, kan het parlement proberen hem met een tweede stemming te passeren. Magyar zet intussen druk op Sulyok om op te stappen, maar verwijdering van de president vereist ook weer een grondwetswijziging — iets waar Tisza mee bezig is.
De maatregel onderstreept de breuk met het beleid van Orbáns Fidesz, dat onder zijn bewind volgens critici mediavrijheid, rechterlijke onafhankelijkheid en staatsinstellingen heeft aangetast. Tegelijkelijk houdt Fidesz Orbán voorlopig aan als partijleider, ondanks zijn persoonlijke uitsluiting van toekomstige premierschappen. De ingreep kan zowel politiek als juridisch voor verdere spanningen in Hongarije zorgen.
Vandaag Inside Oranje: Johan Derksen en Valentijn Driessen worden het niet eens: 'Jongens, ga even bellen met elkaar!'