Van hemellicht naar Helmantel. Soms is het licht van een goddelijke schoonheid

maandag, 8 december 2025 (10:13) - Dagblad van het Noorden

In dit artikel:

Licht staat centraal in de beeldende kunst: zowel als onderwerp als als instrument om ruimte, sfeer en betekenis te scheppen. Van zeventiende-eeuwse meesters tot hedendaagse ontwerpers toont licht hoe kunstenaars goddelijkheid, mystiek en maatschappelijke verbeelding kunnen oproepen.

In de openbare ruimte van Groningen laten voorbeelden zien hoe lichtkunst een plek kan transformeren. In 2006 realiseerden Krijn Christiaansen en Jeroen Bruls het computergestuurde Scrolling Light op de wand van het Noorderstation; de LED-installatie reageert op treinbewegingen en kwam voort uit een initiatief van bewoners van de Selwerderwijk binnen het project ‘de leefbare stad’. Ook onderdeel van de nachtelijke lichtkunstroute in Groningen is een werk van Peter Struyken in de parkeergarage op de Ossenmarkt: twintig lichtbakken in wisselende kleuren die, door het samenspel van rood, groen en blauw, als een palet in beweging lijken.

Daan Roosegaarde gebruikt licht voor dramaturgie en duurzaamheid. Met zijn Gates of Light langs de Afsluitdijk benadrukt hij de sculpturale kwaliteit van de zestig sluisdeuren door het licht van passerende auto’s te reflecteren, en in projecten als Glowing Nature experimenteert hij met lichtgevende algen — voorbeelden van lichtkunst die ecologie en beleving verbinden.

In musea en grote installaties zoekt licht grotere, soms religieuze ervaringen op. Dorette Sturm uit Den Bosch maakt tactiele, ademende lichtwolken (Ademende wolk, 2013) die een zaal vullen met zacht, gekleurd licht en beweging. Olafur Eliasson creëerde in 2003 in de turbinehal van Tate Modern The Weather Project: een enorme lichtschijf en spiegel die bezoekers confronteerde met een bijna rituele overgave aan licht, een totaalervaring die sterke emotionele reacties oproept.

Historisch gezien is het schilderen van licht een uitdaging geweest: natuurlijk licht overtreft de helderheid van verf, en toch slaagden schilders erin diffuus, gereflecteerd en stralend licht geloofwaardig weer te geven. Caspar David Friedrich maakte rond 1800 het mystieke, melancholieke licht tot drager van romantische natuurervaringen. In de barok zocht Rubens juist naar theatraal effect; zijn grote De aanbidding der herders (1609) in de Sint Pauluskerk in Antwerpen gebruikt formaat, compositie en licht om religieuze dramatiek te versterken. Rembrandt verfijnde het clair-obscur tot psychologische verdieping, bijvoorbeeld in De engel verschijnt aan Jozef in een droom (1645), waar een plotseling, goddelijk licht het tafereel doordringt. Adam Elsheimer toonde in De vlucht naar Egypte hoe verschillende lichtbronnen — open vuur, maan en lantaarn — tegelijk een nachtelijk tafereel kunnen organiseren.

Ook hedendaagse realisten als Henk Helmantel benadrukken de spirituele en contemplatieve kracht van daglicht. In zijn atelier in Westeremden schildert hij stillevens uitsluitend in het zachte noorderlicht en streeft hij ernaar het ‘gegeven’ licht zo weer te geven dat de schepping tot haar recht komt.

Kortom: licht functioneert in de beeldende kunst als materie en metafoor. Het beïnvloedt publiek gedrag in de stad, kan ecologische accenten leggen, en blijft kunstenaars inspireren bij het oproepen van het goddelijke, het theatrale en het intieme — van schilderijen en kerkinterieurs tot grootschalige, publiek toegankelijke installaties.