Van Dissel tijdens verhoor: OMT niet altijd eens met politieke besluiten corona
In dit artikel:
Het Outbreak Management Team (OMT) vreesde tijdens de coronacrisis dat politici het gezag van wetenschappers zouden gebruiken om lastige beslissingen door te voeren. Pieter-Jaap van Dissel, toen RIVM-directeur infectieziekten en OMT-voorzitter, benadrukte dat het OMT louter advies gaf aan de regering en dat maatschappelijke afwegingen buiten de verantwoordelijkheid van het team vielen. Als zichtbaar gezicht naast premier Mark Rutte en minister Hugo de Jonge kreeg Van Dissel veel kritiek; hij stelde bijvoorbeeld dat het OMT tegen schoolsluitingen was, maar dat die door politici toch werden ingevoerd. Hij zei bovendien dat hij streng had opgelet dat besluitvorming buiten het OMT bleef en dat soms adviesvragen vanuit de overheid hem „kriegelig” maakten.
Achteraf erkende Van Dissel dat het OMT te veel vertrouwde op informatie van de WHO, met name over de aanname dat mensen zonder klachten niet besmettelijk waren. „Daarvoor trek ik het boetekleed aan”, zei hij; toen duidelijk werd dat besmettelijkheid eerder optrad, werd de teststrategie aangepast. Van Dissel werd vrijdag voor het eerst gehoord; vervolgverhoren over mondkapjes en de avondklok staan vermoedelijk in de week van 21 juni gepland.
Ook Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid Pieter‑Jaap Aalbersberg getuigde dat er tijdens de crisis een kernteam van circa tien mensen vrijwel continu werkte. „Alleen op zaterdag was ik nog thuis. Verder was ik in Den Haag”, aldus Aalbersberg, die klaagde dat lange debatten met de Tweede Kamer de afstemming en besluitvorming vertraagden.