Van Dissel erkent weinig fouten tijdens verhoor bij Parlementaire Enquêtecommissie Corona
In dit artikel:
Oud-RIVM-directeur en voormalig OMT-voorzitter Jaap van Dissel werd vrijdag ondervraagd door de parlementaire coronaenquête en erkende weinig persoonlijke fouten tijdens het vroegste coronabeleid. Het verhoor vond plaats in Den Haag; centraal stond de rol van het OMT (Outbreak Management Team) en de afbakening tussen medisch advies en politieke keuzes.
Commissieleden bekritiseerden Van Dissel onder meer omdat het OMT in de beginfase te rustig zou zijn geweest over de besmettelijkheid van SARS-CoV-2. Hij weerlegde dat oordeel en stelde dat standpunten in die periode veranderden — zoals hij beeldend zei: "Het waren schuivende panelen." Een niet eerder openbaargemaakte interne RIVM-mail, waaruit bleek dat ook mensen zonder ernstige klachten besmetting konden veroorzaken en dat uitblijven van ingrijpen grote nationale risico’s kon geven, leidde tot een scherpe confrontatie. Van Dissel bagatelliseerde de inhoud en verwees naar de mail als één modelscenario onder meerdere.
Een terugkerend aandachtspunt was dat het OMT vooral medische en epidemiologische adviezen gaf en geen brede maatschappelijke afwegingen maakte. Van Dissel hield vast aan de opvatting dat dergelijke maatschappelijke keuzes bij politici lagen en dat het OMT zich moest beperken tot gezondheidsevaluaties. Wel gaf hij enige zelfkritiek over de afhankelijkheid van informatie van de Wereldgezondheidsorganisatie: die was aanvankelijk dominant en volgens hem soms incompleet, waardoor hij achteraf kritischer had moeten zijn.
Verder uitte Van Dissel kritiek op oud-premier Mark Rutte omdat diens framing van OMT-adviezen als 'heilig' volgens hem de scheidslijn tussen wetenschappelijke raad en politiek vertroebelde. Hij benadrukte dat het OMT soms tegen bepaalde maatregelen adviseerde, zoals schoolsluitingen, maar dat de politiek toch andere besluiten nam.
Van Dissel wordt bij een volgend verhoor verder bevraagd over onderwerpen als mondkapjes en de avondklok. De enquête plant in totaal 51 verhoren met 47 getuigen; ook oud-premier Rutte en oud-ministers Hugo de Jonge en Ferd Grapperhaus worden meerdere keren gehoord. De commissie verwacht het eindrapport in het eerste kwartaal van 2027.