Van Disney naar Dragonball Z. Het nieuwe pretpark in Parijs kan Saoedi-Arabië soft power geven
In dit artikel:
Frankrijk krijgt de komende jaren drie nieuwe pretparken in de omgeving van Parijs. Een daarvan krijgt Dragon Ball Z als thema en wordt gefinancierd door Qiddiya, het staatsinvesteringsfonds van Saoedi-Arabië. President Emmanuel Macron kondigde het project enthousiast aan en verwees naar zijn eigen liefde voor manga. De totale investering voor de parken bedraagt ongeveer zes miljard euro.
De plannen illustreren hoe internationale popcultuur en geopolitiek steeds sterker met elkaar verweven raken. Waar de komst van Disneyland Parijs in 1992 nog leidde tot protest tegen Amerikaanse culturele invloed, is de angst voor culturele verwatering grotendeels verdwenen. Japanse manga en anime zijn inmiddels breed geaccepteerd in Frankrijk en spreken wereldwijd honderden miljoenen fans aan. Dragon Ball groeide er vanaf eind jaren tachtig uit tot een cultureel fenomeen.
Voor Saoedi-Arabië past het pretpark in de economische en politieke koers van kroonprins Mohammed bin Salman. Het land wil minder afhankelijk worden van olie en investeert daarom in infrastructuur, entertainment, sport en buitenlandse projecten. Veel prestigieuze plannen, zoals de futuristische megastad Neom, blijken echter moeilijk haalbaar of zijn vertraagd. Een Dragon Ball-park is relatief uitvoerbaar, commercieel aantrekkelijk en kan Saoedi-Arabië internationale soft power opleveren. De keuze voor een politiek weinig beladen, wereldwijd herkenbare franchise maakt het concept bovendien makkelijk exporteerbaar.
Frankrijk is voor Riyad een logische partner. De twee landen werken ook samen op het gebied van defensie, kunstmatige intelligentie, investeringen en de ontwikkeling van de haven van Jeddah. Volgens Midden-Oostenexpert Máté Szalai zijn die militaire en strategische afspraken belangrijker dan de pretparken, maar de gedeelde jeugdervaring met Dragon Ball helpt de Frans-Saoedische relatie wel te versoepelen. Zowel Macron als Bin Salman behoort tot een generatie die de serie in de jaren tachtig en negentig leerde kennen.
De populariteit van anime heeft daarnaast een duidelijke commerciële reden. Dragon Ball leent zich voor series, boeken, speelgoed, cosplay en thematische attracties en bereikt ook jongeren die zich niet meer aangesproken voelen door Disney, maar nog niet toe zijn aan nostalgische volwassenentertainment. Mediawetenschapper Dan Hassler-Forest ziet hierin een teken dat de Amerikaanse culturele dominantie niet langer vanzelfsprekend is: Japanse anime en Koreaanse popcultuur gelden voor veel jongeren als moderner en inclusiever dan de vaak herhalende Disney-formule.
Toch betekent de opkomst van anime niet dat de Verenigde Staten geopolitiek buitenspel staan. De militaire samenwerking tussen Washington en Riyad blijft volgens Szalai intact. De pretparken tonen vooral een meer multipolaire wereld, waarin culturele aantrekkingskracht en economische belangen via wisselende internationale bondgenootschappen worden ingezet. Zelfs de thematiek van Dragon Ball – strijd, vergeving, samenwerking en herstel – krijgt zo een politieke lading in een tijd van oorlog en instabiliteit.
Vandaag Inside: Bas Nijhuis snoert Valentijn Driessen de mond In de Wandelgangen: 'Ongelofelijk...'