Van degradatie met Girona naar kampioen worden met Ajax: de logica achter de aanstelling van nieuwe trainer Míchel
In dit artikel:
Miguel Ángel Sánchez Muñoz (Míchel), 50-jarige Spanjaard, wordt in juni de nieuwe hoofdtrainer van Ajax. Zijn aanstelling volgt op een teleurstellend slot bij Girona: een 1-1 gelijkspel tegen Elche afgelopen weekend betekende degradatie uit La Liga. Die neergeslagen afloop werpt een schaduw over zijn komst, vooral omdat Míchel nooit eerder bij een club van het formaat Ajax werkte en de Amsterdammers onmiddellijk weer landstitelambities hebben.
Critici vragen zich af of een trainer die zojuist gedegradeerd is, geschikt is om met Ajax voor kampioenschap te strijden. De timing valt scheef bij de belofte van technisch directeur Jordi Cruijff dat falen consequenties heeft — zo werd bijvoorbeeld de coach van Jong Ajax eerder ontslagen vanwege onvoldoende resultaten. Ook de vergelijking met Frank Rijkaard (die na degradatie later succes had bij Barcelona) illustreert dat zulke ommekeren vaak meer tijd vergen dan Ajax kennelijk wil geven.
Tegelijkertijd zijn er belangrijke redenen waarom Cruijff juist voor Míchel koos. De trainer heeft een reputatie als gedegen team- en talentenbouwer: hij promoveerde Rayo Vallecano en SD Huesca naar La Liga en leidde Girona in zijn tweede seizoen naar een verrassende derde plaats en directe Champions League-kwalificatie. Die piek viel samen met extra middelen en spelers van de City Group; daarna stokte het succes door vertrek van sleutelspelers (onder anderen Artem Dovbyk en Savinho) en omdat tegenstanders het spelsysteem beter gingen neutraliseren.
Sportief staat Míchel bekend om bedachtzaam, positiespel met korte passes en collectief compacter verdedigen in plaats van hoog tempo of intensieve pressing. Die aanpak leverde één seizoen uitstekend resultaat op, maar bleek daarna kwetsbaar wanneer concurrenten hun speelwijze aanpasten. Verder werkte hij in Spanje vooral met middenmootbudgetten en werd hij soms vroeg na promoties ontslagen, wat de indruk wekt dat zijn successen niet altijd duurzaam waren.
Persoonlijk is Míchel geen voormalig topvoetballer maar een bescheiden en geliefde ex-speler van Rayo Vallecano; hij begon zijn trainersloopbaan in de jeugd en staat bekend als empathische teambuilder. Hij worstelde ooit met paniekaanvallen na promotie, maar heeft daarover professionele hulp gezocht en is open geweest over die ervaring. Praktische aandachtspunten voor zijn transfer zijn onder meer zijn beperkte Engels — Ajax wordt zijn eerste baan buiten Spanje — en de vraag of de huidige selectie van Ajax sportief en financieel sterk genoeg is om meteen om de titel te strijden.
Een rol bij Ajax past in de voorkeur van Cruijff voor Spaanse trainers en in de persoonlijke band tussen Míchel en het Cruyff‑erfgoed: Míchel ontving eerder een prijs van de Cruyff Foundation. De keuze is dus zowel vertrouwd als risicovol: Ajax krijgt een coach met tactische visie en een bewezen vermogen om teams te vormen, maar wie van degradatie naar directe titelwinst wil, zet hoge eisen aan zijn vermogen om snel impact te maken onder andere taal-, cultuuR- en kwaliteitsvoorwaarden.