Van café tot huisarts: dorpen in hele land zien voorzieningen verdwijnen
In dit artikel:
CBS-data geanalyseerd door regionale omroepen laten zien dat de toegankelijkheid van essentiële voorzieningen de afgelopen vijf jaar (vergelijking 2019–2024) in veel woonkernen is afgenomen. In ruim de helft van de circa 10.000 onderzochte buurten en dorpen is de afstand tot huisarts, basisschool, kinderopvang of supermarkt toegenomen; in één op de vijf zijn één of meer van die voorzieningen zelfs verdwenen, wat betekent dat bewoners in 2024 meer dan 1 kilometer moeten reizen voor die faciliteit. De uitkomst werd gepubliceerd in aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen van 18 maart.
De teruggang treft niet alleen afgelegen gebieden: ook dorpen in de Betuwe en sommige stadswijken met sluitende verliesgevende buurtsupers merken de gevolgen. Oorzaken zijn onder meer sluitende cafés en kleine supermarkten; zulke sluitingen vergroten de afhankelijkheid van verder weg gelegen winkels en diensten. Voorbeelden: Varik (West Betuwe) verloor het dorpscafé maar organiseert nog een wekelijkse borrel; in Ophemert sloot de supermarkt en moeten inwoners nu bijna 5 kilometer reizen, terwijl op de oude locatie appartementen zijn gebouwd.
Tegelijkertijd boekte ongeveer 15 procent van de buurten vooruitgang: in bijna 10 procent vestigden zich juist nieuwe voorzieningen of kwamen voorzieningen dichterbij. Het Gelderse Maasbommel kreeg bijvoorbeeld een levensmiddelenwinkel, een cafetaria en buitenschoolse opvang.
Opvallende extremen zijn het Brabantse Castelré (125 inwoners, gemeente Baarle-Nassau) dat volgens Nederlandse-voorzieningencijfers gemiddeld bijna 10 km verwijderd is — praktisch omgeven door België — en Ketelhaven (Flevoland, 625 inwoners) dat met gemiddeld 8,1 km het verstgelegen echte dorp is. De analyse benadrukt de veranderende lokale leefbaarheid en biedt aanknopingspunten voor lokaal beleid rond voorzieningen, bereikbaarheid en woonkwaliteit.