Van Bruggen (D66) weigert het CJIB advocaatkosten van slachtoffers te laten innen: past niet bij 'inkrimpen van de overheid'
In dit artikel:
In een opiniƫrend artikel wordt kritiek geleverd op de Contourenbrief over slachtoffercompensatie die staatssecretaris Claudia van Bruggen (Justitie en Veiligheid) op 5 november 2026 naar de Tweede Kamer stuurde. Volgens de auteur kiest het kabinet daarbij voor bezuinigingen en uitvoerbaarheid ten koste van de positie van slachtoffers.
Van Bruggen ziet af van een eerder verkend plan om het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) ook de kosten van rechtsbijstand bij veroordeelde daders te laten innen. Slachtoffers die niet voor gesubsidieerde rechtsbijstand in aanmerking komen, moeten hun advocaatkosten daardoor zelf op de dader verhalen. De staatssecretaris voert aan dat hiervoor een wetswijziging, extra personeel en aanzienlijke investeringen nodig zijn. Ook stelt zij dat er in de praktijk weinig signalen zijn dat slachtoffers problemen ondervinden.
Daarnaast wil Van Bruggen de rol van het Openbaar Ministerie beperken bij schadeclaims die slachtoffers tijdens een strafzaak indienen. Als een slachtoffer wordt bijgestaan door een advocaat of Slachtofferhulp Nederland, zou de officier van justitie volgens een nieuwe OM-aanwijzing geen inhoudelijk standpunt meer over de claim innemen. Dat moet het OM ontlasten, maar betekent volgens de auteur dat slachtoffers minder steun krijgen in de rechtszaal.
De staatssecretaris wil eind 2027 bovendien een wetsvoorstel presenteren met een wettelijke termijn voor het indienen van schadeclaims. Ook wil zij complexe vorderingen, bijvoorbeeld wegens langdurig verlies aan inkomen na ernstig letsel, vaker geheel of gedeeltelijk buiten het strafproces houden. Zulke zaken zouden te veel zittingscapaciteit vergen en beter via een civiele procedure kunnen worden behandeld. Het artikel waarschuwt dat slachtoffers daardoor mogelijk worden verwezen naar langdurige en kostbare procedures, terwijl zij in het strafproces gebruik kunnen maken van de voorschotregeling waarbij de Staat de schadevergoeding voorschiet en het CJIB de dader probeert te laten betalen.
Als compensatie noemt Van Bruggen 5 miljoen euro extra vanaf 2027 voor hogere vaste uitkeringen van het Schadefonds Geweldsmisdrijven. Het artikel zet dat bedrag af tegen de veel hogere vergoeding die mogelijk is wanneer een dader wordt veroordeeld. Als voorbeeld noemt de brief een slachtoffer met een dwarslaesie: bij een veroordeling kan de voorschotregeling meer dan 300.000 euro omvatten, terwijl iemand met hetzelfde letsel zonder gevonden of vervolgbare dader in beginsel ongeveer 35.000 euro van het Schadefonds krijgt.
Verder erkent Van Bruggen dat het CJIB een voorschot pas acht maanden na het definitief worden van een vonnis uitkeert. Daarvoor is nog een wetswijziging nodig. Zij wil de wet ook niet aanpassen om aansprakelijkheidsverzekeraars bij geweldsdelicten tot vergoeding te verplichten, maar hen aanspreken op hun maatschappelijke verantwoordelijkheid. Onder druk van de Tweede Kamer ziet zij wel af van een plafond op de voorschotregeling.
De auteur concludeert dat de aangekondigde maatregelen vooral het OM, de rechterlijke macht en het CJIB ontlasten en de toegang van slachtoffers tot schadevergoeding kunnen beperken. De kritiek is nadrukkelijk opiniƫrend en richt zich op de vermeende tegenstelling tussen ruime overheidsuitgaven op andere terreinen en de terughoudendheid bij ondersteuning van misdrijfslachtoffers.
Vandaag Inside: Johan Derksen: 'Ik keek donderdag een beetje verbaasd op van Jort Kelder...'