Van auto's tot zonnepanelen: hoe China Europa stilaan uit zijn eigen markt prijst
In dit artikel:
De Europese industrie staat onder zware druk door de snel groeiende concurrentie uit China. Europese leiders bespreken daarom tijdens de top in Brussel hoe ze de concurrentiekracht kunnen herstellen, de afhankelijkheid van China kunnen verkleinen en verdere deïndustrialisatie kunnen voorkomen.
Het handelstekort van de Europese Unie met China bedraagt inmiddels ongeveer 400 miljard euro per jaar. China exporteert niet langer alleen goedkope kleding, speelgoed en accessoires, maar ook elektrische auto’s, zonnepanelen, batterijen, industriële machines en andere hoogwaardige producten. Volgens Europese sectororganisaties gebeurt dat onder meer dankzij Chinese subsidies, een kunstmatig lage munt en het overnemen van Europese technologie. China ontkent of relativeert die beschuldigingen.
De autosector illustreert de ontwikkeling. China exporteerde in september 919.000 personenwagens, 64 procent meer dan een jaar eerder, vooral elektrische en hybride modellen. De binnenlandse Chinese autoverkoop daalde tegelijk met 27 procent, waardoor producenten sterker op buitenlandse markten zijn aangewezen. Sinds de Europese invoerheffingen op Chinese elektrische auto’s in 2024 is vooral de import van plug-inhybrides toegenomen. In de eerste helft van dit jaar voerde China voor 6,7 miljard euro aan hybride auto’s naar Europa uit, drie keer zoveel als een jaar eerder.
Ook buiten de autosector groeit de Chinese aanwezigheid. Vrijwel alle zonnepanelen die in Europa worden geïnstalleerd komen uit China, evenals veel onderdelen voor windturbines, lithiumbatterijen, staal en chemische en farmaceutische producten. Economen spreken daarom van een nieuwe ‘China Shock’. Europese federaties uit onder meer de maakindustrie, chemie, farmacie en cleantech waarschuwen dat fabrieken en toeleveranciers verdwijnen en dat investeringen naar China verschuiven. De aangekondigde 1.200 banenverlies bij GSK onderstreept volgens het artikel die kwetsbaarheid.
Duitsland en Frankrijk vragen de Europese Commissie om snel in te grijpen. Bondskanselier Friedrich Merz en president Emmanuel Macron waarschuwden in een brief aan Ursula von der Leyen dat Europa een kantelpunt richting deïndustrialisatie heeft bereikt. Zij pleiten voor een Europees noodmechanisme, een zogenoemde ‘trade bazooka’, waarmee de EU landen of bedrijven die bijvoorbeeld subsidies, technologieoverdracht of intellectuele-eigendomsrechten misbruiken snel kan bestraffen of van de markt weren.
De hardere Europese houding hangt sterk samen met Duitsland. Het land profiteerde jarenlang van de Chinese vraag naar auto’s, machines en industriële onderdelen, maar China maakt steeds meer van die producten zelf en verkoopt ze goedkoper in Europa. Duitse automerken verliezen bovendien terrein op de Chinese markt aan merken als BYD, Xiaomi en Nio, die sneller vernieuwen en voertuigen aanbieden die beter aansluiten op lokale digitale diensten. In de Duitse industrie verdwenen het afgelopen jaar naar schatting 120.000 tot 140.000 banen; over vijf jaar zou het verlies bijna een half miljoen bedragen.
Tijdens een bezoek aan Peking beloofde EU-handelscommissaris Maroš Šefčovič dat China de export van plug-inhybrides naar de EU vier jaar lang zou beperken tot 350.000 per jaar, tegenover ongeveer 800.000 nu. Vanaf 2027 zouden ook de Chinese invoerrechten op Europese producten ter waarde van 4 miljard euro dalen. Europese experts vinden die toezeggingen echter te beperkt. De opbrengst van de lagere tarieven zou volgens hen nauwelijks opwegen tegen het handelstekort, en kan bedoeld zijn om strengere Europese maatregelen af te wenden.
Een gezamenlijk Europees beleid wordt bemoeilijkt doordat landen verschillende belangen hebben. Hongarije en Spanje staan terughoudend tegenover een harde aanpak, mede omdat China daar grote investeringen heeft gedaan, zoals een batterijfabriek in Debrecen en een autofabriek in Barcelona. Volgens experts gebruikt China zulke investeringen om Europese landen tegen elkaar uit te spelen.
Daarnaast is Europa voor 98 procent van zijn zeldzame aardmetalen afhankelijk van China. Peking kan die strategische grondstoffen als drukmiddel inzetten. Een strengere Europese handelskoers kan daarom Chinese tegenmaatregelen uitlokken, maar volgens deskundigen is die confrontatie onvermijdelijk. Europa moet dan wel solidair optreden en tegelijk investeren in onderwijs, onderzoek en innovatie. China besteedt jaarlijks honderden miljarden aan onderwijs, bijna 3 procent van zijn economie aan onderzoek en levert inmiddels bijna de helft van de nieuwe patenten wereldwijd. Peking lijkt dan ook weinig onder de indruk van de Europese dreigementen.
Vandaag Inside: Johan Derksen kijkt uit naar nieuw SBS6-programma Sing With Me: 'Het lijkt mij héél leuk!'