Vader sleept Het Amsterdams Lyceum voor de rechter om verplichte les van zoon in zomervakantie
In dit artikel:
Een vader stapte naar de rechter omdat zijn zoon uit 4 vwo verplicht moest meedoen aan de zomerschool van Het Amsterdams Lyceum om alsnog te voldoen aan de overgangsnorm. Het programma, bedoeld voor leerlingen die extra bijspijkering nodig hebben, beslaat acht lesdagen die liggen in de laatste schooldagen en de eerste week van de zomervakantie. De vader betoogde dat deze verplichte lessen geen wettelijke basis hebben en mogelijk in strijd zijn met de leerplichtwet; vakanties zouden volgens hem echt vrij moeten zijn.
De leerling heeft, tegen het bezwaar van zijn vader in, afgelopen zomer wel deelgenomen en is nu geschikt bevonden voor de volgende klas. Uit zorgen over herhaling vroeg de vader via een kort geding een onmiddellijke beëindiging van lessen tijdens de vakantieperiode. De school verdedigde zich met het standpunt dat de zomerschool deel uitmaakt van een zorgvuldig opgesteld bevorderingsbeleid, dat met de medezeggenschapsraad is afgestemd. Ouders werden volgens de school tijdig geïnformeerd en in bijzondere situaties of bij onmogelijkheid wordt naar alternatieven gezocht.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de school binnen haar ruime beleidsvrijheid heeft gehandeld. Gezien het beperkte aantal dagen en de tijdige bekendmaking vond de rechter de maatregel proportioneel en niet in strijd met de leerplichtwet. De vader verloor de zaak en moet ruim 1.500 euro proceskosten betalen.
Rector-bestuurder Tom van Veen zegt blij te zijn met de uitspraak en noemt bevestiging dat het beleid toegestaan is. Hij betreurt dat het tot een rechtszaak heeft geleid en zegt dat de school communicatie richting ouders nog zal benadrukken; volgens hem is dit een uitzonderlijk geschil en hebben andere ouders niet geklaagd. Of de vader in beroep gaat is onduidelijk; via zijn advocaat liet hij kort weten: ‘Vakantie is vakantie en er zijn buiten de vakantie voldoende mogelijkheden om les te geven of extra scholing aan te bieden.’
Kort samengevat bevestigt de uitspraak dat scholen in Nederland binnen wettelijke grenzen verplicht extra onderwijs kunnen aanbieden in vakantietijd als onderdeel van hun bevorderingsbeleid, mits proportioneel en vooraf bekendgemaakt.