Vader en zoon André samen op de lijst voor ChristenUnie Oldebroek
In dit artikel:
In Wezep vormen vader en zoon André een herkenbaar lokaal politiek duo, maar ze verschillen van mening over sommige kwesties die Oldebroek bezighouden. Geerco André (59) is lijsttrekker van de ChristenUnie bij de gemeenteraadsverkiezingen; zijn zoon Gerben (24) staat op plek veertien en is vanwege zijn nieuwe baan als HSE-adviseur praktisch onverkiesbaar. Toch staat Gerben op de lijst uit betrokkenheid bij het dorp: hij is actief in de voetbalclub, de kerk en wil opkomen voor jongeren die thuis of in hun omgeving minder kansen hebben. Hij pleit voor meer activiteiten en een jeugdhonk, en vindt dat jongeren zelf meer initiatief moeten tonen.
Hoewel ze dezelfde partij vertegenwoordigen, lopen hun visies uiteen bij thema’s als het hijsen van de regenboogvlag, zondagsrust en de opvang van asielzoekers. Geerco verdedigt het lokaal tonen van de regenboogvlag op coming-outdag als een tegenwicht tegen discriminatie en een manier om mensen in Oldebroek welkom te houden. Gerben zou een andere keuze gemaakt hebben maar noemt de vlag geen breekpunt. Meer principieel voor hem is behoud van de zondagsrust: hij waardeert dat winkels op zondag dicht zijn en zou een verandering van dat standpunt als een mogelijk reden zien om afstand te nemen van de partij.
De zondagsrust speelt in Oldebroek extra scherp omdat christelijke partijen (CU, CDA, SGP en het afgesplitste CVO) samen dertien van de negentien raadszetels hebben. Een conflict rond het evenementenbeleid leidde afgelopen juni al tot een vertrouwensbreuk en het vertrek van een SGP-wethouder. In het coalitieakkoord staat expliciet dat zondag een dag van rust blijft; interpretatieverschillen ontstonden over tot hoe laat zaterdagse evenementen mogen doorgaan. Geerco benadrukt dat de zondag overdag een vrijwaring moet blijven, maar ziet het bezwaar van de SGP tegen nachtelijke verruiming als principieel begrijpelijk.
Ook de komst van een asielzoekerscentrum (azc) is een gevoelig punt. Oldebroek stemde landelijk flink op de PVV, maar Geerco wijst erop dat een meerderheid van kiezers niet op die partij stemde en vindt het als lokaal volksvertegenwoordiger zijn christelijke plicht om de (spreidings)wet uit te voeren, mits er goede begeleiding is en er bij herhaald wangedrag consequent maatregelen volgen. Hij wil de zorgen van inwoners serieus nemen zonder te vervallen in overdreven angstbeelden; Gerben merkt weinig ophef over een azc in gesprekken op de voetbalclub.
Persoonlijk vullen vader en zoon elkaar aan: Geerco, al dertig jaar schooldirecteur, zoekt vaak naar nuance en consensus; Gerben is direct en onomwonden over zijn standpunten. Die verschillende stijl voert ook terug in hoe ze de raad ervaren: Gerben vindt debatten vaak te lang en ineffectief; Geerco vertrouwt op ervaring en ziet vaak aan het begin van een vergadering al wat de uitkomst zal zijn.
Geloof speelt een zichtbare rol in Geerco’s motivatie; hij verwijst in zijn profiel naar een psalm en zegt dat vertrouwen op God hem helpt niet alles zelf te willen oplossen. Of Gerben ooit het politieke stokje overneemt, hangt volgens hem af van veranderingen in hoe het raadswerk wordt gevoerd — korter, directer en meer to the point.