Vaak ben je te bang. Maar gá die drempel over en leef voluit | Column Froukje Jackson
In dit artikel:
Een levensmotto van een vriendin — hup, doen — vormt het draadje door dit verhaal over moed, misbruik en behandeling. Els zat dertig jaar in een huwelijk met Rob: naar buiten toe charmant en overtuigend, thuis soms scherp en vernederend. Fysiek geweld ontkende ze, maar zijn verbale aanvallen lieten haar emotioneel uitgeput achter; haar zelfbeeld voelde er beschadigd door.
Na jaren van werkvermindering om voor de kinderen te zorgen, blies het volgen van een aanvullende opleiding en werk als docent haar zelfvertrouwen nieuw leven in. Dat maakte dat ze uiteindelijk de knoop doorhakte en uiteen ging met Rob. Hij reageerde met weerstand — bemoeienis bij de mediator, haar ’s avonds opwachten — maar Els hield vol en trok een jaar geleden in haar eigen huis.
Nu zoekt ze hulp omdat de nasleep haar achtervolgt: heftige herinneringen, nachtmerries en sterke schaamte- en schuldgevoelens, gecombineerd met het hardnekkig vermijden van dat pijnlijke verleden. In de spreekkamer bespreken GZ-psychologen Froukje Jackson (Groningen) en Irma van Steijn (Leeuwarden) of ze direct met EMDR-traumaverwerking moeten starten of eerst het vermijdingsgedrag aanpakken. Een collega wijst erop dat hulpverleners vaak terughoudend zijn om traumabehandeling te geven wanneer vermijding sterk is, terwijl juist behandeling die vermijding kan verminderen en cliënten kan helpen herstellen.
De auteur ziet de ironie: haar behoedzame aanpak zou Els opnieuw klein kunnen houden; na Els’ moed is het volgens haar nu de beurt van de therapeut om daadkracht te tonen. Kort gezegd: het verhaal illustreert de moeilijkheid in de klinische afweging tussen veiligheid scheppen en meteen traumagerichte behandeling aanbieden, en benadrukt dat uitstel van adequate traumazorg het herstel kan belemmeren.