UWV-topman waarschuwt het kabinet: de wachtlijst voor een WIA-uitkering loopt op, grijp in
In dit artikel:
Het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) raakt steeds verder achterop bij de beoordeling van aanvragen voor arbeidsongeschiktheidsuitkeringen. Vorig jaar vroegen bijna 97.000 mensen een WIA-uitkering aan; door structurele knelpunten en een stijgende vraag verwacht UWV-voorzitter Maarten Camps dat er in 2030 mogelijk tot 200.000 mensen langer dan zestien weken (en vaak veel langer) op een beoordeling moeten wachten. Camps, die per 1 september vertrekt, waarschuwt dat de maatregelen uit het huidige regeerakkoord onvoldoende zijn om die ontwikkeling te keren.
De problemen hebben meerdere oorzaken: tekort aan verzekeringsartsen, regionale ongelijkheid in wachttijden (soms langer dan een jaar), zeer complexe wet- en regelgeving en een jaarlijks groeiend aantal aanvragers. UWV noemt concrete inhoudelijke drivers zoals long covid en een toename van psychische klachten, vooral onder relatief jonge vrouwen, en wijst erop dat het recordaantal werkenden ook leidt tot meer ziektedagen. Camps benadrukt dat voorkomen van ziekte een gezamenlijke maatschappelijke en politieke verantwoordelijkheid is.
Parallel daaraan loopt bij het UWV een hersteloperatie voor eerdere fouten in WIA-besluiten; volgens Camps verloopt die volgens plan, met nabetalingen die deze zomer kunnen beginnen en afronding voorzien eind 2027. Om de huidige wachtlijsten te bestrijden wil het UWV intern processen anders organiseren en de prioriteiten verleggen: voorrang voor nieuwe WIA- en Wajong-beoordelingen, terwijl zo’n 30.000 herbeoordelingen waarschijnlijk niet in behandeling worden genomen tenzij er schrijnende omstandigheden zijn. Dat leidt tot lastige keuzes en mogelijke nadelen voor mensen die op herbeoordeling rekenen.
Camps pleit ook voor systeemwijzigingen: vereenvoudiging van regels en een omkering van de volgorde van handelen — eerst inzet op re-integratie en werkhervatting, vervolgens pas de definitieve uitkeringsbeoordeling na bijvoorbeeld één à twee jaar, met in de tussenperiode een tijdelijke uitkering gekoppeld aan het laatste loon. Hij noemt bovendien de afschaffing van de aparte IVA-regeling als onderdeel van de discussie, omdat het nu tijdrovend en juridisch complex is om blijvende onherstelbaarheid vast te stellen. Tot slot wijst hij op praktische complicaties bij berekening van daglonen door moderne arbeidsvormen (twee banen, zzp, cao-keuzebudgetten), wat de afhandeling verder bemoeilijkt.