UWV geeft werkloze vrouw maar drie maanden WW: coronajaren met te weinig loon wogen zwaarder dan haar lange arbeidsverleden, zegt de rechter

zaterdag, 31 oktober 2026 (13:37) - Dagelijkse Standaard

In dit artikel:

Een werkloze vrouw kreeg eind december 2024 van het UWV te horen dat zij slechts drie maanden WW zou ontvangen, tot 1 april 2025. Zij had 41 jaar gewerkt, maar voldeed volgens het UWV niet aan de zogenoemde jareneis. De rechtbank Rotterdam stelde het UWV in een uitspraak van 28 oktober in het gelijk.

Voor drie maanden WW moet iemand in minstens 26 van de 36 weken vóór de werkloosheid hebben gewerkt. Voor een langere uitkering moet daarnaast in vier van de vijf voorafgaande kalenderjaren minstens 208 uur loon zijn ontvangen. Pas daarna telt het volledige arbeidsverleden mee, met een maximum van 24 maanden. De vrouw haalde de wekeneis, maar niet de jareneis, omdat zij in 2020, 2021 en 2022 onvoldoende betaald werk had.

Haar vrijwilligerswerk van november 2019 tot en met maart 2020 telde niet mee, ook al had het UWV daarvoor toestemming gegeven. Het korte dienstverband in april 2020 was volgens de rechtbank evenmin lang genoeg. Dat zij tijdens de coronapandemie veel solliciteerde maar geen werk vond, vormt geen reden om van de wettelijke regels af te wijken. Volgens de rechtbank waren er toen nog vacatures en konden ook haar beroep, ervaring of leeftijd een rol hebben gespeeld.

De regels zijn dwingend en afwijking is alleen bij zeer uitzonderlijke omstandigheden mogelijk. De vrouw werd in februari 2025 ziek en kreeg vanaf 1 april een Ziektewet-uitkering. Een langere WW-periode kan nog relevant zijn als zij herstelt voordat de wachttijd voor de WIA voorbij is. Wie denkt dat het UWV een gewerkt jaar verkeerd heeft meegeteld, kan binnen zes weken bezwaar maken.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: Wilfred Genee gaat In de Wandelgangen verder in op podcast met Jaimie Vaes: 'Dan verbaast me dat'