Uw media en politici steunen actief de veldtocht van Trump
In dit artikel:
Westerse media en politici presenteren de Amerikaanse aanval op Venezuela volgens de auteur vaak op een manier die zowel Maduro demoniseert als het Amerikaanse optreden verzacht. In de berichtgeving en in politieke reacties wordt Maduro routinematig als “dictator” en zijn regering als “regime” afgeschilderd, terwijl Trump consequent wordt aangeduid als “president” met een normale “regering”. Die taalkeuze, zo luidt het betoog, normaliseert agressie en maakt ruimte voor geweld.
Voorbeelden uit Nederlandse en internationale berichtgeving worden aangehaald: krantenkoppen en commentaren die de val van Maduro als opluchting en overwinning framen, selectieve woordkeuzes bij publieke omroepen die Venezuela bestempelen als narcostaat en verbanden leggen met terreurgroeperingen zonder sluitend bewijs, en interne richtlijnen bij de BBC die bepaalde termen verbieden. Tegelijk ontbreken in die media vaak geluiden van Maduro-aanhangers, of analyses over het economische en politieke krachtenveld waarbinnen Venezuela opereert.
De schrijver wijst erop dat veel problemen in Venezuela niet los gezien kunnen worden van langdurige Amerikaanse druk: sancties vanaf december 2014, afsluiting van financiële markten en herhaalde pogingen tot regime change hebben de economie zwaar geraakt. Hoewel ook interne fouten, corruptie en repressie onder Maduro bestaan — waaronder onderdrukking van linkse oppositie en meldingen van marteling — ontbreekt volgens de auteur de nuance dat Venezuela geen exporterende agressor is zoals sommige landen die wél westerse tolerantie genieten. Het land wordt bovendien vergeleken met andere Latijns-Amerikaanse staten die onder invloed van de CIA terreur kenden; zo’n systematische terreur ontbreekt in Venezuela.
Er wordt ook gewezen op historische context: Hugo Chávez bracht aanzienlijke sociale hervormingen, lokale democratie en verbeterde gezondheidszorg en alfabetisering, waardoor Maduro aanvankelijk ook politiek draagvlak erfde. Dat draagt bij aan de verklaring waarom Maduro niet louter als monster gezien kan worden en waarom buitenlands ingrijpen niet routinematig als legitiem moet worden voorgesteld.
De columnist bekritiseert verder dubbele standaarden: leiders die in het Westen acceptable vriendjes zijn, krijgen andere retoriek dan “ongewenste” leiders. Het huidige geweld van de VS tegen Venezuela wordt deels mogelijk gemaakt doordat media en politici eerder de beeldvorming hebben voorbereid. Als Nederlandse en Europese media eerlijker en vollediger over zowel Maduro als Trump hadden bericht, zou er volgens de schrijver minder politiek draagvlak zijn geweest voor militaire escalatie.
Afsluitend roept het stuk op tot betere journalistiek: eerlijkere, completere context en terughoudendheid in taalgebruik om ruimte te beperken voor oorlogszucht en misleidende simplificaties.