Uut en Ber Hulsing maakten in de jaren veertig indruk als communistisch cabaretduo

woensdag, 19 augustus 2026 (11:46) - De Groene Amsterdammer

In dit artikel:

Het communistische kleinkunstechtpaar Uut en Ber Hulsing beleefde tussen 1945 en 1947 zijn grootste publieke succes in het G.G.-cabaret, voluit ’t Gaat Goed. De links-progressieve groep ontstond kort na de bevrijding en bracht acteurs, musici en schrijvers samen die vaak actief waren geweest in het verzet. De Hulsings waren aangesloten bij de Communistische Partij van Nederland (CPN); Ber schreef de liederen en bespeelde meerdere instrumenten, terwijl Uut zong.

Het gezelschap wilde bijdragen aan een democratischer en vernieuwd Nederland. In een periode van wederopbouw, schaarste en politieke onzekerheid stelde het maatschappelijke misstanden, fascisme en sociale ongelijkheid aan de kaak. Dat gebeurde meestal indirect, via allegorische liederen en humor. Zo verbeeldde Ber in ‘Het opstandige hondje’ klassenverschil en mislukte opstandigheid, terwijl andere liederen kritiek leverden op zelfzuchtige elites, bevolkingsdiscipline en de naoorlogse terugkeer van fascistische machthebbers.

G.G. trok door het hele land en wist een breed publiek te bereiken. De groep trad op in grote zalen en verzorgde van februari 1946 tot oktober 1947 tweewekelijks een thematisch programma voor de VARA-radio. Recensenten prezen vooral de liedjes van de Hulsings. Het succes had echter een hoge prijs: door gebrekkig vervoer, verwoeste steden, slechte hotels en strenge winters waren de tournees zwaar. Uut raakte overspannen en moest een maand herstellen. Ook artistieke meningsverschillen binnen de groep speelden later een rol.

De politieke stellingname leidde bovendien geregeld tot conflicten. Bij een optreden in het Rotterdamse Luxortheater op 19 oktober 1945 verwachtte een deel van de circa 1.400 bezoekers een gewone variétéavond. Toen bleek dat G.G. links politiek cabaret bracht, ontstond in de zaal een vechtpartij tussen voor- en tegenstanders; acht agenten moesten de orde herstellen. In Tilburg liep een sketch over de Spaanse dictator Franco in februari 1946 eveneens uit op grote onrust, waarna geplande voorstellingen werden geschrapt.

Aanvankelijk profiteerden communisten van hun aanzien na de oorlog, dankzij hun rol in het verzet en de progressieve politieke sfeer. G.G. kon daardoor relatief zichtbaar opereren. De groep kreeg echter onvoldoende financiële steun uit de eigen communistische kring. Aanbiedingen van de VARA, de sociaal-democratische vakbond NVV en andere organisaties had het gezelschap eerder afgewezen om beschikbaar te blijven voor CPN- en verwante bijeenkomsten, maar die betaalden vaak niet genoeg.

In 1947 kwam het beslissende conflict. De VARA bood G.G. beter betaald werk en een rol bij toneelproducties aan, maar stelde volgens Ber Hulsing als voorwaarde dat de groep niet langer zou optreden voor de CPN, de communistische jongerenorganisatie ANJV en andere communistische verenigingen. De Hulsings weigerden die politieke beperking. Het G.G.-cabaret stopte daarop eind 1947, nog voordat de Koude Oorlog volledig was uitgebroken. Volgens Ber waren zij een van de eerste slachtoffers van de anticommunistische koers die zich in Nederland aftekende.

Uut en Ber bleven actief en richtten in 1948 het cabaret Gemengde Berichten op, dat vooral binnen communistische kring optrad. Door de toenemende politieke polarisatie raakten zij en andere communistische cultuurmakers echter steeds meer buiten beeld. Hun werk is bovendien moeilijk terug te vinden. Een in 2026 online verschenen ep met de titel ‘De singles 1945-1950’ bevat weliswaar waardevol materiaal, maar de meeste nummers werden pas in 1959 en 1961 uitgebracht. Een zeldzame live-opname van ‘Wij willen geen oorlog meer’ staat vermoedelijk op een proefplaat uit de jaren veertig, die via een Duitse verzamelaar bij hun dochter Marianne Hulsing terechtkwam.

Dagboeken, kranten, radioscripts en andere papieren bronnen geven daarom een belangrijker beeld van hun werk dan de bewaard gebleven geluidsdragers. De geschiedenis van de Hulsings laat zien hoe uitzonderlijk het was dat cabaretiers zich zo nadrukkelijk tegen de politieke en maatschappelijke status quo keerden. Tegelijk toont hun aanpak dat allegorie en symbolische humor ruimte kunnen scheppen voor politiek verzet. De auteurs verbinden dat verleden aan hedendaagse makers zoals Stefan Pop, die eveneens via omwegen kritiek uit op systemen van onderdrukking, marktwerking en censuur. Zodra de politieke ruimte na 1947 kleiner werd, verdween ook de zichtbaarheid van de Hulsings.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: Johan Derksen: 'Matthijs van Nieuwkerk kan nu een mooi slot breien aan zijn schitterende carrière'