Undercover bij alternatief genezer: 'Vitamine C is chemo zonder bijwerkingen'
In dit artikel:
In het Noord-Brabantse Waalre bouwt Michael van Gils, een voormalig politieman en omgeschoold orthomoleculair therapeut, opnieuw een praktijk voor alternatieve kankerbehandelingen ondanks eerdere waarschuwingen door toezichthouders. Na dat de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) eind 2024 in zijn vorige locatie, de BeterKliniek, veertien ernstige tekortkomingen vaststelde — onder meer op het gebied van infectiepreventie, medicatieveiligheid en het aanbieden van risicovolle behandelingen — sloot Van Gils die kliniek in februari. Twee maanden later opende hij 700 meter verderop een nieuw bedrijf: Feel Good Care, onderdeel van zijn bedrijfsconstructie rond Vitatrust en de webshop Prime Vitality.
FTM/Follow the Money ging undercover bij een consult met de 67-jarige Paul van der Gaag, recent gediagnosticeerd met uitgezaaide prostaatkanker en volgens het Antoni van Leeuwenhoek “uitbehandeld”. Van Gils bood hem een regime aan dat hoge doseringen vitamine C-infuzen, een antimalariamiddel, ozontherapie, supplementen en paddenstoelenextracten combineerde, plus zeven off-label medicijnen die normaal voor aandoeningen als diabetes of lintwormen worden gebruikt. Voor een kuur met zes vitamine C-infusen vroeg Van Gils ruim €1.100; het totale behandelplan met supplementen en andere therapieën liep op tot ongeveer €2.000, terwijl losse supplementen via zijn webshop veel hoger geprijsd zijn dan in de winkel (een pot vitamine D voor €40 tegenover circa €7 elders).
De voorgestelde aanpak wekt grote scepsis bij medisch specialisten. André Bergman, internist-oncoloog en behandelend arts van de undercoverpatiënt, stelt dat er geen wetenschappelijke basis is voor het curatieve effect van vitamine C bij prostaatkanker en waarschuwt voor de risico’s van off-label medicatie bij verzwakte kankerpatiënten. Hij wijst er ook op dat de kosten voor vitamine C in de praktijk veel lager zouden moeten zijn. Kritiek richt zich niet alleen op de effectiviteit, maar ook op mogelijke schadelijke neveneffecten en het uitstellen van bewezen oncologische therapie.
Feel Good Care presenteert zich als ‘integratieve geneeskunde’ en werkt volgens Van Gils met een BIG-geregistreerde arts, Alain Marlisa, die formeel medicatie zou voorschrijven en het akkoord geeft op behandelplannen. Marlisa, die ook rijbewijskeuringen verricht en zegt zich te willen richten op preventieve checks, geeft aan dat hij kankerpatiënten “buiten zijn comfortzone” vindt. Beide mannen zeggen dat kanker niet de primaire focus moet worden, maar in de praktijk worden nog patiënten met kanker aangenomen en staat er op de website geen expliciete vermelding van de behandelde aandoeningen.
Het dossier toont ook gegevensbeschermingsproblemen en commerciële motieven. Voormalige patiënten melden dat hun medische dossiers ogenschijnlijk zijn overgezet; sommige mensen kregen advertentiemails van de nieuwe praktijk. Een oud-patiënt deed aangifte bij de Autoriteit Persoonsgegevens en meldde de zaak bij de Vereniging tegen de Kwakzalverij. Financieel lijkt een groot deel van de inkomsten via Vennootschappen en de webshop terug te vloeien naar Van Gils, die alleeniger is van Vitatrust.
De zaak legt grotere structurele problemen bloot: toezicht op alternatieve zorg in Nederland opereert volgens experts risicogestuurd en vaak reactief. Joep Hubben, hoogleraar gezondheidsrecht, noemt het aantal jaarlijkse klachten over alternatieve zorg (ongeveer vijftig) “opvallend laag” gezien het grote aantal beoefenaars (rond 40.000). IGJ bevestigt dat zij de opening van Feel Good Care kent, maar zegt dat eerdere tekortkomingen bij een andere juridische entiteit formeel niet zonder meer inzetbaar zijn om in te grijpen; concrete handhavingsacties volgen meestal pas na meldingen of directe risico’s voor patiënten. Eerder spraakmakende incidenten — zoals de ‘horrorarts’ die rectale lichttherapie gaf en patiënten verwondde — illustreren dat ongereguleerde praktijken ernstige schade kunnen aanrichten en dat strafrechtelijke vervolging pas achteraf plaatsvindt.
Er zijn ook voorbeelden van emotionele en financiële uitbuiting: diverse crowdfundings voor behandelingen bij Van Gils’ vorige kliniek haalden tienduizenden euro’s op; enkele donateurs en patiënten overleden ondanks de behandelingen of zagen hun ziekte verergeren. Van Gils zelf ontkent routinematig dat hij onjuist heeft gehandeld en beweert dat Feel Good Care een nieuw bedrijf is met een andere insteek; hij relativeert uitspraken die undercover vastgelegd zijn en stelt dat elke behandeling door een arts beoordeeld zou worden.
Conclusie: de zaak rond Van Gils illustreert hoe kwetsbare, ernstig zieke mensen in Nederland commerciële alternatieve zorg worden aangeboden met dure, onbewezen middelen en off-label medicatie, terwijl het bestaande toezicht volgens experts beperkt en reactief is. Patiënten, zorgverleners en toezichthouders blijven met vragen zitten over waar grensoverschrijdend commercieel gedrag stopt en medische veiligheid begint.