Uitslag bevat lessen voor landelijke partijen: een bescheiden premiersbonus en FvD grootste stijger
In dit artikel:
Bijna alle stemmen van de gemeenteraadsverkiezingen van woensdag zijn geteld en landelijke partijen trekken lessen uit een uitslag die vooral lokale dynamiek weerspiegelt. De opkomst was laag, maar iets minder slecht dan vooraf werd gevreesd. De grootste winnaar zijn opnieuw lokale partijen, die op veel plaatsen terrein wonnen met campagnes tegen de komst van asielzoekerscentra.
D66-leider en premier Rob Jetten kon delen van de uitslag als bemoedigend bestempelen: D66 staat landelijk iets hoger dan in 2022 en verliest niet veel terrein in veel steden; in Den Bosch werd zelfs winst geboekt. Ook coalitiepartners VVD en CDA laten vrijwel stabiele cijfers zien. Landelijke partijen behouden daarmee grotendeels hun positie, maar kunnen de sterke landelijke score van vorig najaar niet overal evenaren omdat gemeentelijke politiek andere thema’s en spelers kent.
Het thema opvang van asielzoekers speelde een bepalende rol. In meerdere gemeenten leverde tegenstand tegen azc-plannen nieuwe lokale partijen of sterke winsten op voor bestaande lokale lijsten: Hart voor Den Haag (Richard de Mos) verdubbelde bijna zijn zetelaantal, in Venlo haalde het nieuw opgerichte Venloos Burger Initiatief uit protest tegen een geplande opvang vier zetels en in Terneuzen groeide de PVV sterk door onenigheid over een azc. Het lokale verzet zet het kabinet voor een dilemma: gemeenten willen soms een ‘asielstop’, terwijl het Rijk volgens de regels opvang moet organiseren. Asielminister Bart van den Brink (CDA) gaf aan het beleid niet te willen veranderen; er worden al instroombeperkende maatregelen genomen en gemeenten kunnen onderling afspraken maken om aantallen te spreiden, aldus het kabinet.
Op het rechtse spectrum waren verschuivingen zichtbaar: Forum voor Democratie boekte met zo’n 4 procent een flinke stijging ten opzichte van 2022 en is relatief de grootste stijger, wat de partijleiding ziet als een basis voor verdere uitbouw. De PVV won ook stemmen (ongeveer 30.000 netto erbij) maar minder spectaculair; de concurrentie op rechts blijkt wisselvallig en kiezers zijn niet honkvast.
Aan de linkerflank was de uitslag voor GroenLinks-PvdA een opsteker: in steden als Rotterdam, Haarlem, Utrecht, Leiden en Nijmegen werden zij de grootste of scoorden hoog, en in Amsterdam behaalde GroenLinks bij de voorlopige tellingen de meeste stemmen. Dat geeft partijleider Jesse Klaver meer gewicht in oppositieonderhandelingen, al verandert het weinig aan de landelijke machtsverhoudingen.
Kort samengevat: relatief lage opkomst, sterke opmars van lokale partijen vooral rond azc-oppositie, behoud van posities door grote landelijke partijen, en bewegingen aan zowel links als rechts die het politieke speelveld lokaal opnieuw tekenen.