Uitgerekend nu Ajax gebaat is bij eenheid, zaait trainer Oscar Garcia twijfel met onhandige uitspraak
In dit artikel:
Oscar Garcia, de 53‑jarige interimcoach van Ajax, heeft na de 33e speelronde — de nederlaag tegen FC Utrecht — publiekelijk afstand genomen van de huidige selectie door te stellen dat “dit niet mijn groep” is. Die uitspraak kwam tijdens een persconferentie waarin hij meerdere keren problemen in de selectie benoemde: gebrek aan lengte, fitheid en balans. In één adem legde hij de zwakke resultaten deels bij eerdere trainers en beleidskeuzes neer, en suggereerde zo dat veel spelers door anderen “goed genoeg” waren bevonden, niet per se door hem.
De woorden zijn opvallend omdat ze haaks staan op de toon die Garcia bij zijn aantreden in maart aansloeg: toen beloofde hij ambitie en zei dat hij met deze groep zeker nog progressie kon bereiken. In de weken daarna liet hij aanvankelijk een positieve start zien (bijvoorbeeld tegen Sparta), maar naarmate tegenstand toenam kwamen volgens hem de structurele tekortkomingen van de selectie steeds duidelijker naar voren. Praktische voorbeelden: Kasper Dolberg bleef op de bank en werd door Garcia kritisch geplaatst, en tegen PSV koos hij voor een defensieve opstelling met onder meer Ko Itakura, Youri Regeer en Jorthy Mokio in de as terwijl creatieve spelers op de bank zaten.
De kritiek is niet alleen retorisch: in het verleden showed Garcia vergelijkbaar gedrag bij OH Leuven, waar technisch directeur Gyorgy Csepregi hem publiekelijk berispte nadat zijn uitlatingen de groep hadden verdeeld. Csepregi noemde zulke communicatie “een no‑go” en zei dat zulke zaken intern besproken hadden moeten worden. Dat precedent maakt zijn huidige uitlatingen bij Ajax meer betekenisvol — en onaantrekkelijk — omdat Garcia nu wél een korte, maar cruciale opdracht heeft: de ploeg in de resterende wedstrijden naar Europees voetbal loodsen.
Analytisch gezien botst Garcia’s aanpak met hoe moderne trainers doorgaans opereren. Namen als Arne Slot en Francesco Farioli worden in het artikel als tegenbeelden genoemd: zij bouwen bewust een beschermend schild rond hun kleedkamer en nemen de verantwoordelijkheid publiekelijk op zich, ook als de resultaten tegenvallen. Dat beleid helpt interne rust bewaren en vertrouwen te behouden; Garcia kiest daarentegen openlijk voor het aanwijzen van oorzaken buiten zichzelf, wat het groepsgevoel kan ondermijnen op een moment dat cohesion juist cruciaal is.
Waarom is dit problematisch voor Ajax? Garcia is slechts tussenpaus — Jordi Cruijff haalde hem om het seizoen af te maken — en hij geeft zelf aan dat er volgend seizoen veel gaat veranderen. Dat kan zijn hardere toon deels verklaren: met een korte toekomstverwachting kan hij minder reserve voelen om de selectie publiek te verdedigen. Maar de praktische consequentie is helder: Ajax staat met één been in de play‑offs en heeft een team nodig dat verenigd is. Garcia moet nu snel de rest van het seizoen zien af te maken (onder meer tegen sc Heerenveen), maar zijn woorden hebben eerder twijfel gezaaid dan dat ze vertrouwen hebben versterkt.