Uitgaven energietransitie: 4,4 miljard - belastingen: 26,5 miljard euro

woensdag, 4 maart 2026 (07:48) - Indepen

In dit artikel:

Het CBS publiceerde op 24 februari 2026 een analyse waaruit blijkt dat de Nederlandse overheid in 2024 26,5 miljard euro aan belastingen heeft geïnd die verband houden met energiegebruik, terwijl er slechts 4,4 miljard euro daadwerkelijk werd uitgegeven aan maatregelen voor de energietransitie. Met andere woorden: van elke euro die via energieheffingen binnenkomt, gaat ruim 80% (ongeveer 22,1 miljard euro) niet rechtstreeks naar het bevorderen van hernieuwbare energie of energiebesparing.

De 4,4 miljard euro aan overheidsuitgaven bestond grotendeels uit subsidies en belastingkortingen gericht op verduurzaming. Belangrijke posten waren de Subsidieregeling Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE) voor bedrijven (ongeveer 1,5 miljard) en subsidies voor het verduurzamen van gebouwen (ongeveer 1,0 miljard); de rest was bestemd voor huishoudens. Veel van deze regelingen hebben korte looptijden, waardoor continuïteit en voorspelbaarheid voor ontvangers beperkt zijn.

Aan de inkomstenkant komt een groot deel van de energieheffingen uit het wegvervoer: in 2024 was 60% van de belastingen gekoppeld aan wegtransport (accijns op brandstof, bpm, motorrijtuigenbelasting); inclusief btw op accijnzen loopt dat aandeel op tot circa 63%. Ook de energiebelasting op elektriciteit en aardgas levert een substantiële bijdrage. Nederland behoort tot de EU-landen met de hoogste energieheffingen. De afgelopen jaren waren opbrengsten variabel door maatregelen als het energieprijsplafond (2023) en schommelingen in marktprijzen; EU-heffingen op CO2-emissierechten en vliegtickets zijn recent fors gestegen.

Het CBS-onderzoek (Overheidsrekening Energietransitie, ORET) maakt duidelijk waar het verschil van circa 22,1 miljard naartoe gaat: opbrengsten worden gebruikt om gaten in de algemene begroting te dichten en belanden onder meer in onderwijs en wetenschap, defensie, infrastructuur (wegen, spoor, waterbeheer), rentelasten en de algemene overheidsapparatuur. Met andere woorden: energiebelastingen functioneren in de praktijk als een breed dekkingsmiddel en zijn niet per definitie gekoppeld aan het beleidsdoel ‘energietransitie’.

Praktische gevolgen hiervan zijn zichtbaar bij netcongestie — de overbelasting van het elektriciteitsnet door veel zonnepanelen en windenergie — waarvoor uitbreiding van het net nodig is. Netbeheerders investeren zo’n 8 miljard euro per jaar in uitbreiding; deze kosten worden echter niet rechtstreeks gefinancierd uit de energieheffingen, maar uiteindelijk door burgers en bedrijfsleven gedragen via andere tarieven en belastingen.

De analyse zet vraagtekens bij de doelbinding van energiebelastingen en roept discussie op over transparantie en prioritering: moeten energieheffingen primair gedragsprikkels en inkomsten opleveren, of behoort hun opbrengst letterlijk terug te vloeien in de transitie-inspanningen die ze beogen te stimuleren?