Uitbater horecazaak met enkelband in Blankenberge verdacht van misbruik minderjarigen
In dit artikel:
Een 34‑jarige uitbater van een horecazaak in Blankenberge wordt onderzocht door het parket van West‑Vlaanderen wegens vermoedelijke zedenfeiten tegenover minderjarige meisjes. De man werd in oktober 2025 door de onderzoeksrechter in Brugge aangehouden; na enige tijd in hechtenis kreeg hij sinds begin dit jaar een enkelband en verblijft hij onder elektronisch toezicht.
De zaak kwam in beweging na een klacht van één minderjarige; bij het uitlezen van de verdachte zijn telefoon zouden aanvullende misbruiken aan het licht zijn gekomen, onder meer van de moeder van dat meisje, die ook zijn partner zou zijn. Op basis van de tot nu beschikbare informatie vermoedt de advocaat die de slachtoffers bijstaat dat mogelijk in totaal drie minderjarige meisjes zijn misbruikt. De raadsman van de slachtoffers houdt details terug om hun privacy te beschermen.
Een praktisch bezwaar dat naar voren wordt gebracht: de verdachte liet zijn officieel verblijfadres veranderen naar het appartement boven zijn zaak, waardoor de enkelband die alleen een horizontale perimeter controleert niet onderscheidt of hij zich in het appartement of in de zaak bevindt. Daardoor kan hij in de praktijk nog in zijn horecazaak aanwezig zijn, iets wat volgens critici niet de bedoeling is van elektronisch toezicht. Het onderzoek loopt verder onder leiding van de onderzoeksrechter in Brugge; de advocaat van de verdachte was niet bereikbaar voor commentaar.