Uit de trein geworpen briefjes laten zien: sommige gedeporteerden wisten dat ze hun dood tegemoet gingen
In dit artikel:
Op 2 juli 1942 werd de Joodse turnleraar en fysiotherapeut Abraham Prins, als gemengd gehuwde vrijgesteld van deportatie maar verplicht de Jodenster te dragen, op de fiets in een park in Amsterdam-Noord aangehouden omdat het daar voor Joden verboden was. Hij kreeg een proces-verbaal en moest zich later op het politiebureau melden; ondanks waarschuwingen en een aanbod om onder te duiken volgde hij die oproep — drie dagen later zat hij in de trein van Westerbork naar Auschwitz. In de buurt van Hoogezand gooide hij nog een kaartje uit de trein naar huis; dat bleek zijn laatste levenssignaal.
Prins was deel van de eerste zogenaamde "Jeud'ntrain" – de reeks deportatietreinen vanuit Westerbork naar de vernietigingskampen in Midden- en Oost-Europa; er zouden nog zesennegentig soortgelijke transporten volgen. Tijdens die ritten werden vlak voor de Duitse grens massaal afscheidsbriefjes naar buiten gegooid: kaarten, briefjes op vloeitjes, wc-papier of vodjes. Journalist Lucas Ligtenberg, onder meer bekend van NRC, schat dat er in totaal zo'n 15.000 van zulke berichten zijn weggegooid. Hij verzamelde en beschreef ongeveer driehonderd exemplaren in zijn boek Van hier de laatste groeten.
De briefjes zijn indringend omdat hun schrijvers vaak slechts enkele dagen later zouden worden vermoord. Ligtenberg signaleert terugkerende motieven: veel afzenders proberen thuis gerust te stellen en benadrukken dat ze zich "flink" houden of goede moed hebben; anderen geven blijk van wanhoop, afscheid en het besef dat ze elkaar mogelijk nooit meer zullen zien. Sommige teksten bagatelliseren de werkelijkheid door te doen alsof het een uitje betreft, terwijl andere korte, definitieve afscheidwoorden juist duiden op levensmoeheid.
Historische discussie draait om de vraag in hoeverre gedeporteerden wisten van massavernietiging. Ligtenberg stelt dat de briefjes aantonen dat velen geen accurate kennis hadden over hun lot, maar de bron is meervoudig interpreteerbaar: de meeste boodschappen waren bedoeld om gelezen te worden en konden geruststellend van toon zijn, terwijl sommige juist wanhoop offenbaren.
Ligtenbergs grondige reconstructie van personalia en lot van de briefschrijvers haalt veel slachtoffers uit de anonimiteit; dat levert historische waarde maar maakt het boek soms opsommerig. Het slothoofdstuk is het meest indrukwekkend: gesprekken met nakomelingen die zulke afscheidsbriefjes bewaren geven de teksten opnieuw betekenis en tonen de blijvende emotionele impact voor families.
Vandaag Inside Oranje: Vandaag Inside Oranje over UFO's en buitenaardsleven: 'Laat het eens zien dan'