Uit de ontvoering van Maduro spreekt Trumps 'neo-royalistische' visie op de wereld
In dit artikel:
Op 4 januari 2026 reflecteert het artikel op de ingrijpende, succesvolle Amerikaanse militaire actie waarmee Nicolás Maduro vrijdagnacht uit Venezuela is gehaald. De ontvoering werd door Washington effectief uitgevoerd en maakte duidelijk dat de regering-Trump II bereid is tot directe, gewelddadige inmenging in het westelijk halfrond. Hoewel veel landen Maduro al niet als legitieme president erkenden — onder meer wegens corruptie en gefalsificeerde verkiezingen — maakt dat een gewapende ontvoering door een andere staat niet automatisch legaal. De internationale reactie bleef grotendeels terughoudend; dat gebrek aan veroordeling wordt deels toegeschreven aan angst en het gevoel dat niet veel tegen de Verenigde Staten te beginnen valt.
Het stuk plaatst de gebeurtenis in het bredere patroon van Amerikaanse regimechanges deze eeuw: na de mislukkingen in Irak en Libië kiest het huidige bestuur niet voor langdurige bezetting maar voor snelle, militaire extracties zonder duidelijk politiek nabehandelingsplan. Net als eerdere operaties toont dit dat het fysiek omverwerpen van een auteur vaak het eenvoudigste deel is; het herstellen van stabiliteit, het beheersen van opkomende krachten en het voorkomen van chaos is veel lastiger en werd in het verleden zelden goed aangepakt.
Intern in Washington wijst de auteur op een machtsverschuiving: waar tijdens Trumps eerste ambtstermijn bepaalde ‘grown-ups’ in defensie en veiligheidskringen invasieve plannen regelmatig tegenhielden, domineren nu meer hardline figuren die escalatie aanmoedigen. Voorbeelden zijn officiëel genoemde ministers en adviseurs die grotere militaire interventies niet schuwen. Ook spelen ideologische motieven mee: het strategische belang van Venezolaanse olie en de relatie tussen Venezuela en Cuba (de olievoorziening aan Cuba) zijn elementen die het Amerikaanse vizier op Caracas hebben gericht.
Een academische interpretatie wordt aangehaald: Trump ziet internationale politiek vooral in termen van heersersrelaties — een “neo-royalistische” blik — en meent dat persoonlijke dwang of het uitschakelen van tegenstanders de gewenste geopolitieke resultaten oplevert. Zijn recente persoptredens wekken de indruk dat hij denkt dat met Maduro’s val de VS nu de controle over Venezuela en diens olie hebben verworven, terwijl de realiteit veel complexer en onzeker zal blijken.
Kortom: de operatie toont zowel militaire slagkracht als een verontrustende bereidheid tot risicovolle, juridische en politieke overschrijdingen. Verwacht volgens de auteur meer terughoudendheid in publieke veroordeling, maar ook een groter risico op nieuwe interventies en de last van het ondoordachte beheer van de nasleep van regimewisselingen.