Tygo (22) uit Drachten zou een 'kasplantje' worden, maar ontwikkelt zich nu als sportjournalist. 'Leg de lat graag hoog voor mezelf'

dinsdag, 19 mei 2026 (10:13) - Dagblad van het Noorden

In dit artikel:

Tygo Bekkema (22) uit Drachten wil sportjournalist worden, maar botst telkens op fysieke en sociale barrières doordat hij cerebrale parese heeft en zich in een rolstoel verplaatst. Al vroeg kreeg hij te horen dat zijn kansen beperkt zouden zijn: als prematuur geboren tweeling (28 weken) overleefde zijn broertje niet en artsen voorspelden een leven als „kasplantje”. Bekkema ontwikkelde zich anders; hij kijkt urenlang sport (Formule 1, tennis, voetbal, golf) en studeerde richting media, waarna hij dit jaar stage ging lopen op de sportredactie van het Algemeen Dagblad. Vanuit Drachten reist hij drie keer per week met een taxibus naar Rotterdam.

Zijn liefde voor sport en schrijven staat centraal, maar de praktijk is weerbarstig. Op toernooien en persmomenten stuit hij op ontoegankelijke persruimtes, perstribunes en afwezigheid van voorzieningen om bij het veld te komen. Tijdens de Davis Cup in Groningen maakte hij zijn debuut als verslaggever, maar kreeg hij ook te maken met directe onhandigheid van collega’s: een journalist vroeg onvoorbereid „Wat heb jij?” — een ervaring die hem verbaast én pijn doet. Bij eerdere sollicitaties en stages meende hij afgewezen te zijn met verborgen redenaties over ‘mobiliteit’ of gebrek aan geschiktheid, iets wat hij ervaart als zoeken naar een excuus om niet te hoeven aanpassen.

Praktische drempels wegen volgens hem mee in redactionele keuzes: een medium kan logistiek sneller kiezen voor iemand zonder speciale behoeften, vindt Bekkema. Daardoor ziet hij zijn kansen om op locatie grote tenniswedstrijden — de Grand Slams in Parijs, Londen, Melbourne en New York — te verslaan klein, ondanks zijn ambitie en eerdere bijdragen aan autosportsites en een tennismedium. De lange reizen naar Rotterdam en het aanpassen aan onhandige fysieke situaties horen bij zijn dagelijks leven; hij zegt zich bewust te zijn dat „de wereld niet op mij is ingericht”, en probeert met die realiteit om te gaan.

Bekkema voelt zich vaak eenzaam in zijn vak, kent geen collega-sportjournalisten die hetzelfde meemaken en mist rolmodellen. Hij uit kritiek op hoe media omgaan met inclusie: als mensen met een beperking worden betrokken, draait het volgens hem vaak alleen om de beperking zelf, in plaats van om vakinhoudelijke bijdragen. Hij wil vooral over sport praten, niet voortdurend zijn beperking toelichten.

Een klein, menselijk moment illustreert zowel zijn normaliteit als de bijzondere situaties waarin hij terechtkomt: na een interview met olympisch zwemster Kira Toussaint liep hij achter in een park; toen ze hem even later duwde om bij te blijven voelde dat surrealistisch maar ook gewoon goed — een herinnering dat praktische hulp vaak eenvoudig en vanzelfsprekend kan zijn. Bekkema blijft ambitieus en gericht op zijn doel: volwaardig sportjournalist worden, ondanks de vele obstakels onderweg.