Twijfel in Kamer over verbod op tijdelijke huurcontracten na afbrokkelen huurmarkt

donderdag, 28 mei 2026 (21:54) - De Telegraaf

In dit artikel:

Sinds 1 juli 2024 geldt in Nederland een vrijwel algemeen verbod op tijdelijke huurcontracten, waardoor het aanbod in de middenhuur onder druk staat. Woonminister Elanor Boekholt-O'Sullivan erkent dat de maatregel, samen met de Wet betaalbare huur en hogere belastingen op vastgoedbeleggingen, heeft bijgedragen aan dat probleem: veel verhuurders hebben hun woningen te koop gezet en investeerders trekken zich terug.

De VVD wil snel terugdraaien en komt met een motie van oud-staatssecretaris Jurgen Nobel om tijdelijke contracten per direct — tijdelijk — weer toe te staan totdat fiscale prikkels zijn hersteld die bouw en investeringen in huurwoningen aantrekkelijker maken. De partij was van meet af aan tegen de verplichting van contracten voor onbepaalde tijd.

In de Kamer is verdeeldheid zichtbaar. ChristenUnie-Kamerlid Pieter Grinwis waarschuwt dat tijdelijke contracten mensen die stabiel woonruimte zoeken een onzekere woonpositie kunnen bezorgen. Andere coalitiepartners, D66 en CDA, tonen terughoudendheid: CDA’er Hanneke Steen wil eerst evaluatiegegevens afwachten, en D66’er Robert van Asten zegt er alleen naar te willen kijken en een heroverweging mogelijk te achten als de knelpunten erg groot blijken. Critici binnen de Kamer verzetten zich tegen een louter marktgerichte aanpak; er is ook veroordeling van Nobels koers als te veel leunend op marktmechanismen.

Nobel zelf stelt dat tijdelijke contracten nodig zijn zolang het investeringsklimaat niet is hersteld en buitenlandse kapitaalinstroom uitblijft. Minister Boekholt-O'Sullivan noemt de situatie een dilemma: ze ziet dat het begint te knellen, maar benadrukt ook het belang van huurbescherming dat eerder breed in de Kamer werd onderschreven. Zij zegt te willen werken aan een samenhangend pakket voor zowel tijdelijke als vaste contracten, maar verwacht dat een snelle wetswijziging zoals de VVD voorstelt niet haalbaar is omdat zo’n traject jaren kan duren.

Kort samengevat: de ban op tijdelijke contracten heeft de middenhuurmarkt verstoord en leidt tot politieke spanning. De VVD pleit voor tijdelijke versoepeling tot fiscale maatregelen werken; coalitiegenoten eisen meer onderzoek en willen huurbescherming niet te snel afbouwen. De minister zoekt naar een gebalanceerde aanpak maar wijst op tijds- en principebezwaren tegen een directe wetsherziening.