Tweedeling koper en huurder op woningmarkt groeit, ziet ABN AMRO
In dit artikel:
Wonen in Nederland lijkt globaal betaalbaarder, maar die verbetering is ongelijk verdeeld: vooral zittende huiseigenaren profiteren, terwijl jonge huurders en koopstarters—vooral in grote steden—in relatieve achteruitgang zitten. ABN AMRO berekent dat huurders in de vrije sector structureel 28–38% van hun inkomen aan wonen besteden, tegen 20–28% bij woningeigenaren. Voor huizenbezitters is het aandeel woonlasten tussen 2019 en 2025 duidelijk gedaald, waardoor zij ongeveer 2–3 procentpunt meer netto-inkomen overhouden; dat komt vooral door gestegen inkomens terwijl hypotheeklasten relatief stabiel bleven.
Tegelijk zorgen huurstijgingen en oplopende huizenprijzen ervoor dat starters harder worden geraakt. In Amsterdam bijvoorbeeld betalen beginnende kopers tot circa 2% meer van hun inkomen aan wonen dan in 2019. Jonge huurders in Amsterdam, Rotterdam en Utrecht zien hun positie verslechteren, terwijl oudere huurders juist van verbeteringen profiteren. ABN AMRO-econoom Mike Langen wijst op grote inkomensverschillen tussen de vrije huursector en de koopmarkt, wat de overstap van huren naar kopen bemoeilijkt en van starters steeds meer eigen vermogen vraagt. Bovendien realiseren jongere huishoudens lagere woonlasten vaak door kleiner te wonen; per vierkante meter betalen zij in veel gevallen juist meer.