Tweede Nacht van de Literatuur op de Gomarus: tegengif voor theologie na Auschwitz
In dit artikel:
„Boeken zijn nuttig om de tijdgeest te leren kennen.” Met die stelling opende ds. H. Klink woensdagavond de tweede Nacht van de Literatuur op de Gomarus Scholengemeenschap in Gorinchem, waar bijna 200 mensen — leerlingen, ouders, oud-leerlingen en docenten — bijeen waren. Het programma combineerde een hoofdlezing van Klink met 24 leeskringen, elk geleid door een docent, en was bedoeld om lezen als vaardigheid en bron van begrip te stimuleren.
Klink gebruikte het autobiografische concentratiekampverslag Nacht und Nebel van Floris B. Bakels als voorbeeld van een boek dat zijn denken heeft gevormd: het brak met de theologische twijfel na Auschwitz en toonde hem hoe geloof en lijden kunnen samenleven. Tegelijk waarschuwde hij voor literair knap geschreven maar moreel zwakke werken die „een spoor in je ziel” achterlaten; jongeren raadde hij aan zulke boeken eerder te verkennen dan zich er te zeer in te verliezen, en desgewenst een goede criticus te raadplegen.
Organisator Erwin Meerkerk (docent Engels) blikt tevreden terug op het vervolg op de eerste editie, die drie jaar eerder bij het tienjarig bestaan van de docentenleeskring plaatsvond. Hij benadrukt dat lezen het vermogen vergroot om je in anderen te verplaatsen en dat samenwerking met ouders belangrijk is: thuis praten over gelezen boeken versterkt de impact. De school gaf deelnemers het vooraf gekozen boek cadeau.
De leeskringen boden een breed en actueel aanbod: recente titels als Moederheil (Els Florijn) en Een tijd als deze (Sarah van der Maas), maar ook klassiekers en heftige getuigenissen zoals De keuze (Edith Eger), De dood van een rechter (Tolstoj) en opnieuw Nacht und Nebel. Meerkerk zelf nam een groep mee door De graaf van Monte Cristo — een herlezing die hem andere lagen toont, zoals de worsteling met wraak en momenten van vergeving.
Kleine, thematische kringen lieten zien hoe divers discussie kan zijn. Biologiedocent Klaas de Groot leidde een groep rond Die goeie ouwe taal van Yoïn van Spijk, waarin taalweetjes en streektaalenthousiasme centraal stonden: van de Latijnse oorsprong van zolder (solarium) tot woordkeuzes in de Heidelbergse Catechismus. Zulke observaties illustreren volgens de docenten hoe lezen niet alleen vermaakt, maar ook culturele en historische kennis verdiept.
Meerkerk sloot aan op een persoonlijk motief: in zijn openingswoord verwees hij naar het Bijbelverhaal van de kamerling uit Handelingen 8 — een ontmoeting met de verachte en beschadigde mens die vragen oproept over het eigen Godsbeeld en over bereidheid tot empathie. De Nacht van de Literatuur wil precies die vragen oproepen en lezen als middel voor begrip en wederzijds gezien worden bevorderen.