Tweede Kamer jarenlang voorgelogen over export grondstoffen voor Iraaks gifgas
In dit artikel:
Archiefstukken laten zien dat de Nederlandse overheid in de jaren tachtig veel meer wist over Iraks gifgasprogramma dan ze de Tweede Kamer en het publiek heeft verteld. Volgens documenten van ministeries en inlichtingendiensten was Den Haag al vroeg op de hoogte dat Saddam Hoesseins regime chemische wapens ontwikkelde en daarvoor grondstoffen kocht, onder meer via Nederlandse bedrijven als KBS Holland en Melchemie.
Uit de stukken blijkt dat de landmachtinlichtingendienst zelfs satellietbeelden had van gifgasfabrieken in Irak en wist welke stoffen nodig waren voor mosterdgas en zenuwgassen als sarin en tabun. Toch greep de overheid niet hard in. Vooral Economische Zaken, onder staatssecretaris Frits Bolkestein, verzette zich tegen strenge exportregels omdat die de Nederlandse concurrentiepositie zouden schaden. Pas voor een beperkte lijst van stoffen kwam een vergunningplicht, terwijl andere gevaarlijke chemicaliën gewoon konden worden uitgevoerd.
De kwestie speelde zich af tijdens en na de oorlog tussen Irak en Iran, met meldingen over gifgasgebruik vanaf 1983 en bevestiging door de Veiligheidsraad in 1984. Ondanks Amerikaanse en Israëlische waarschuwingen bleven leveringen vanuit Nederland doorgaan. Later, na publicaties en Kamervragen van SP’er Kris van Velzen tussen 2005 en 2008, bleken ministers Donner, Bot en hun opvolgers de Kamer onvolledig of zelfs onjuist te hebben geïnformeerd.
Volgens betrokken deskundigen en juristen is dat ernstig, zeker omdat bij de gifgasaanvallen van Saddam Hoessein naar schatting honderdduizenden slachtoffers vielen, waaronder de slachtpartij in Halabja in 1988. De nieuwe archiefvondsten voeden daarom opnieuw de roep om een parlementaire enquête en mogelijk ook aansprakelijkheid van de Nederlandse staat.
De Oranjezomer: Chris Woerts fileert Fair Play Award voor Oranje: 'Die wil je nooit winnen!'